Simone Weil en de kracht van aandacht.

In dit boek een prachtig gedicht wat grote indruk op Weil maakte en wat ze als een mantra ging herhalen.

1. “Love bade me welcome, yet my soul drew back / Guilty of dust and sin.” / Liefde heette mij welkom, maar mijn ziel deinsde terug, schuldig, van stof en zonde.

De Liefde nodigt uit maar de mens trekt zich terug. Ik ben dit welkom niet waard. Dat is belangrijk voor Weil. Liefde begint niet met het veranderen of beoordelen van de ander. De uitnodiging is er al voordat de mens zichzelf waardig heeft gemaakt.

2. “But quick-eyed Love, observing me grow slack / From my first entrance in…” / Maar de scherpziende Liefde, die zag hoe ik aarzelde vanaf het moment dat ik binnenkwam…

Liefde ziet wat er gebeurt. Niet alleen: ik kijk naar jou, maar: ik merk werkelijk op wat er in jou gebeurt. Hier komt Simone Weil heel dichtbij. Voor haar is aandacht een uiterst zuivere vorm van waarnemen: niet meteen ingrijpen, interpreteren of de ander inpassen in wat jij al denkt.

3. “Drew nearer to me, sweetly questioning, / If I lacked anything.” / kwam dichter naar mij toe en vroeg zacht of mij iets ontbrak.

Liefde zegt niet: Waarom trek je je terug? Doe niet zo moeilijk. Je hoeft je niet schuldig te voelen enz. Liefde stelt een vraag. Een vraag geeft ruimte.

4. “‘A guest,’ I answered, ‘worthy to be here.’ / Love said: ‘You shall be he.’” / ‘Een gast,’ antwoordde ik, ‘die waardig is hier te zijn.’

De mens denkt dat waardigheid een voorwaarde voor ontvangen worden is. Liefde draait het om: waardigheid ontstaat juist doordat iemand als mens wordt ontvangen. Dat raakt sterk aan Weils denken over menselijke waardigheid en aandacht: werkelijk naar iemand kijken betekent dat je hem niet reduceert tot zijn prestaties, fouten, status of bruikbaarheid.

5. “‘I, the unkind, ungrateful? Ah my dear, / I cannot look on thee.’” / ‘Ik? Onvriendelijk en ondankbaar als ik ben? Ach mijn lief, ik kan u niet aankijken.’

Maar ik ben zo onaardig en ondankbaar, ik kan je niet aankijken Liefde. Wie door schaamte of schuld wordt beheerst, verwacht in de blik van de ander opnieuw een oordeel te ontmoeten. Maar Liefde kijkt anders.

6. “Love took my hand, and smiling did reply: / ‘Who made the eyes but I?’” / Liefde nam mijn hand en antwoordde glimlachend: ‘Wie heeft die ogen gemaakt, anders dan ik?’

Liefde zegt: Maar jouw vermogen om te kijken komt van mij. Liefde neemt zijn hand. Geen argument alleen, maar nabijheid. Bij Weil krijgt kijken een grote betekenis. Werkelijke aandacht is leren kijken zonder bezit te nemen van wat je ziet. Je laat de werkelijkheid — en de ander — bestaan zoals die is.

7. “‘Truth Lord, but I have marred them; let my shame / Go where it doth deserve.’” / ‘Dat is waar, Heer, maar ik heb ze bezoedeld; laat mijn schaamte gaan naar de plaats die zij verdient.’

De mens houdt vol. Hij accepteert zelfs dat God hem geschapen heeft, maar redeneert: Ja, maar ik heb dat goede zelf kapotgemaakt. Daarom verdien ik uitsluiting. De mens kan die acceptatie zelf nog niet ontvangen. Daarmee gaat het gedicht niet alleen over liefde geven. Het gaat ook over iets moeilijkers: liefde kunnen ontvangen.

8. “‘And know you not,’ says Love, ‘who bore the blame?’” / ‘En weet je dan niet,’ zegt Liefde, ‘wie de schuld gedragen heeft?’

Herbert verwijst naar Jezus: de schuld waarvan de ik-persoon denkt dat die hem definitief van God scheidt, is door Christus gedragen. :

9. “‘My dear, then I will serve.’” / ‘Mijn lief, dan zal ik dienen.’

Dan ga ik dienen! Hij accepteert nog steeds niet volledig dat hij zomaar ontvangen mag worden. Dat is heel menselijk en ook wel mooi. Maar er zit opnieuw een subtiele vorm van verdienste in: laat mij mijn plaats toch nog verdienen. En dan komt Liefde  met een verassend antwoord.

10. “‘You must sit down,’ says Love, ‘and taste my meat.’ / So I did sit and eat.” / ‘Je moet gaan zitten,’ zegt Liefde, ‘en van mijn maaltijd eten.’

De ik-persoon wil dienen. Love zegt: Nee. Ga zitten. Ontvang.  Voor Weil is echte aandacht uiteindelijk een beweging waarbij het ego minder centraal komt te staan. Normaal vragen we voortdurend:

Wat betekent dit voor mij?

Ben ik goed genoeg?

Wat moet ik doen?

Wat krijg ik ervoor terug?

Hoe beoordeelt de ander mij?

Zelfs de schaamte van Herberts ik-persoon draait nog voortdurend om het eigen ik: Ik ben onwaardig. Ik ben ondankbaar. Ik heb gefaald. Ik moet dienen. Liefde haalt hem steeds uit die zelfgerichtheid. Niet door te zeggen dat hij fantastisch is, maar door hem uit te nodigen aanwezig te zijn en te ontvangen. Dat lijkt sterk op wat Weil met aandacht bedoelt: het eigen ego tijdelijk uit het centrum halen zodat er ruimte ontstaat voor iets of iemand anders. Je hoeft niet voortdurend met jezelf bezig te zijn om liefde waard te worden. Je mag ophouden jezelf te beoordelen en leren ontvangen wat zich aan jou geeft.

Simone Weil (1909–1943) was een Franse filosoof, mystica, lerares en sociaal denker. Ze studeerde filosofie, werkte bewust een periode als fabrieksarbeider om het leven van arbeiders van binnenuit te begrijpen en raakte intensief betrokken bij sociale en politieke vraagstukken. Tegelijkertijd ontwikkelde ze een steeds sterker spiritueel denken. Hoewel ze zich diep aangetrokken voelde tot het christendom, liet ze zich nooit dopen en bleef ze bewust op de grens tussen verschillende religieuze en filosofische tradities staan.

Centraal in haar denken staat aandacht (attention). Voor Weil is aandacht veel meer dan concentratie. Werkelijke aandacht betekent dat we onze eigen gedachten, verlangens, oordelen en oplossingen tijdelijk naar de achtergrond laten verdwijnen om werkelijk ontvankelijk te worden voor wat er voor ons staat. We kijken niet naar de ander om hem te beoordelen, te veranderen of te gebruiken, maar proberen hem te zien zoals hij werkelijk is.

Juist daarom verbindt Weil aandacht met liefde. Wanneer iemand lijdt, is onze eerste neiging vaak om iets te zeggen, te verklaren of het probleem op te lossen. Weil stelt daar iets radicalers tegenover: werkelijk bij iemand aanwezig zijn en ruimte maken voor diens werkelijkheid. Aandacht vraagt daarmee om een tijdelijke terugtrekking van het eigen ego. Niet wat vind ik hiervan? of wat moet ik hiermee?, maar: wat is hier werkelijk aanwezig en kan ik daarvoor openstaan?

Daarom behoort aandacht voor Weil tot de diepste vormen van menselijke ontmoeting. Goed onderwijs, mededogen, rechtvaardigheid en liefde beginnen volgens haar allemaal met hetzelfde vermogen: leren kijken zonder onmiddellijk iets van de ander te willen. In die zin is aandacht geen passieve houding, maar een zachte en tegelijkertijd veeleisende kracht: jezelf even opzij kunnen zetten zodat de ander werkelijk gezien kan worden.

Action non-agissante

Action non-agissante betekent letterlijk zoiets als ‘niet-handelend handelen’ of ‘handelen zonder te handelen’. Bij Simone Weil is het een paradoxale gedachte: soms bestaat de juiste vorm van handelen er juist uit dat je niet onmiddellijk ingrijpt vanuit je eigen wil, behoefte of oordeel.

Het hangt nauw samen met haar idee van aandacht. Normaal zien we iets en willen we meteen iets dóén: oplossen, corrigeren, adviseren, overtuigen, controleren. Weil denkt dat onze eigen wil daardoor gemakkelijk tussen ons en de werkelijkheid komt te staan. Action non-agissante betekent dan: je eigen impuls tot ingrijpen opschorten, zodat je eerst werkelijk kunt waarnemen en ontvangen wat er is.

Belangrijk is dat dit geen passiviteit betekent. Je doet niet ‘niets’ uit onverschilligheid. Het is juist een actieve vorm van terughoudendheid. Je maakt ruimte voor de werkelijkheid en voor de ander. Het handelen ontstaat vervolgens niet primair uit: ‘ik wil dit bewerkstelligen’, maar uit een aandachtige respons op wat de situatie werkelijk vraagt.

Daarmee lijkt het sterk op het taoïstische wu wei: handelen zonder geforceerd handelen. Maar bij Weil krijgt het een uitgesproken ethische en spirituele betekenis. En nu wordt het gedicht van George Herbert dat je hiervoor liet zien nóg interessanter. Love handelt voortdurend zonder de ander te forceren. Love ziet hem terugdeinzen, komt dichterbij, stelt vragen, neemt zijn hand en nodigt hem uit. Love probeert hem niet met geweld uit zijn schaamte te trekken. Je zou het verschil zo kunnen samenvatten:

Gewoon handelen:
Ik zie wat er gebeurt → ik weet wat er moet gebeuren → ik grijp in.

Action non-agissante:
Ik zie → ik schort mijn eigen impuls op → ik geef aandacht → ik laat de werkelijkheid tot mij komen → daaruit kan passend handelen ontstaan.

Dat maakt Weils gedachte ook praktisch interessant voor bijvoorbeeld coaching, onderwijs of hulpverlening: niet iedere stilte hoeft gevuld, niet ieder probleem onmiddellijk opgelost en niet iedere ander veranderd te worden. Soms is aandachtig aanwezig blijven zonder meteen in te grijpen zelf al een vorm van handelen.

Voor Simone Weil betekent action non agissante dat werkelijk handelen soms juist begint met niet-handelen: met het onderbreken van onze neiging om onmiddellijk in te grijpen, te oordelen of de situatie met onze eigen gedachten en activiteiten te vullen. “Het handelen voltrekt zich juist in het nalaten ervan, in het niet-handelen.” Dat vraagt volgens Weil oefening, omdat we de ontstane leegte moeten leren verdragen in plaats van haar “te vullen met onze verbeelding en activiteit”. Juist wanneer het eigen ik zich terugtrekt, ontstaat er plaats voor wat buiten ons ligt: “Dan ontstaat er ruimte voor het andere en voor de ander. Waar het ‘ik’ in het ego verdwijnt, komt ruimte vrij.” Daarom is het volgens Weil van existentieel belang “stil te worden, leeg te worden en te luisteren” naar het verhaal, de pijn, wanhoop of zelfs het zwijgen van de ander. In zo’n ontmoeting hoeven we uiteindelijk niet iets te doen, maar kunnen we “eenvoudigweg ZIJN: aanwezig, present. Zonder belang, zonder oordeel, zonder verwachting van wederkerigheid.” Zo kan het niet-handelen uitmonden in haar diepste vorm van aandacht: “Pas dan kan pure aandacht uitgroeien tot naastenliefde.”

De bekende, vaak aan Viktor Frankl toegeschreven gedachte dat er tussen stimulus en respons een ruimte ligt waarin we onze respons kunnen kiezen, vormt een mooie brug naar Simone Weils begrip van action non agissante. Waar deze ruimte bij Frankl vooral staat voor menselijke vrijheid – we hoeven niet automatisch te reageren op wat ons overkomt – krijgt diezelfde ruimte bij Weil ook een relationele betekenis. Door niet onmiddellijk te handelen, te oordelen of onze eigen interpretaties op de situatie te projecteren, ontstaat ruimte om werkelijk waar te nemen wat er is. Zoals Weil schrijft: “Dan ontstaat er ruimte voor het andere en voor de ander. Waar het ‘ik’ in het ego verdwijnt, komt ruimte vrij.” De ruimte tussen stimulus en respons wordt zo niet alleen een plek waarin ik mijn reactie kan kiezen, maar ook een plek waarin de ander kan verschijnen. Frankls vrijheid en Weils aandacht ontmoeten elkaar daarmee in hetzelfde moment van vertraging: niet onmiddellijk reageren, maar ruimte scheppen om te zien wat de situatie – en vooral de ander – werkelijk van ons vraagt.

Auteur Govert Jan Bach.


Govert Jan Bach werkte als pastoraal psycholoog in gevangenissen en psychiatrische inrichtingen. Om de ander te kunnen helpen moeten we ‘leeg’ worden, leerde hij. Niet proberen om stiltes op te vullen, maar puur aanwezig zijn: ‘Omdat ik de leegte aanvaard, kan ik er zijn voor de ander’, vertelt hij in De verwondering. Govert zou zijn leven lang geboeid blijven door de muziek van Johann Sebastian Bach, van wie hij een ver familielid is. Dit ondanks zijn vader, die een hekel had aan alles wat met religie te maken had. Aan tafel spraken zijn ouders over mooie auto’s, feestjes en vakanties. Govert snakte naar meer diepzinnigheid, hij wilde praten over de grote vragen van het leven. Zonder medeweten van zijn vader ging hij als jongetje naar de zondagsschool.


De hang naar het hogere heeft Govert nooit verlaten. Geïnspireerd door zijn grote heldin Simone Weil – een Frans-joodse mystica en filosofe – besloot hij om zijn leven te wijden aan het helpen van de ‘gebeukten en gebukten’. Dat deed hij door geestelijke hulp te bieden aan gevangenen en psychiatrisch patiënten. Daarbij leerde hij om niet te veel te zeggen en het eigen ego even opzij te zetten. Niet proberen om de stiltes en ongemakkelijkheden te vullen, maar puur aanwezig zijn. ‘Ik kan helpen omdat ik die afwezigheid aankan. Omdat ik de leegte aanvaard, kan ik er zijn voor de ander. Dat is wat Simone Weil ook zegt: als je leeg luistert, word je een doorgeefluik van God. Door jouw schoonheid en puurheid, kun je de ander een plek geven.’ (1).

  1. https://kro-ncrv.nl/de-verwondering/govert-jan-bach