
Soms help je een leerling meer door een vraag te stellen dan door een antwoord te geven. Maar hoe doe je dat in de praktijk?
In dit gesprek legt pedagoog Jelle Ris uit waarom goed onderwijs soms begint met vertragen in plaats van versnellen, met vragen stellen in plaats van antwoorden geven, en met vier concrete pedagogische kwaliteiten die iedere docent morgen al kan toepassen: onderbreken, vertragen, steunen en voeden.
Soms help je een leerling meer door een vraag te stellen dan door een antwoord te geven. Volgens Jelle Ris is dat misschien wel de kern van onderwijs: jonge mensen helpen om niet alleen te vragen wat zij van de wereld willen, maar ook wat de wereld van hen vraagt.
Veel docenten herkennen het gevoel dat zij voortdurend moeten uitleggen, oplossen, begeleiden en motiveren. Maar wat als goed onderwijs niet begint met meer uitleg, maar met het stellen van betere vragen? In dit gesprek onderzoeken we waarom onderwijs minder draait om controle en meer om ontmoeting.
Een van de meest praktische inzichten uit het gesprek is dat we leerlingen niet kunnen vormen zoals we een lesplan ontwerpen. We weten niet wie een leerling zal worden en we kunnen de toekomst niet voorspellen. Dat klinkt misschien ongemakkelijk, maar volgens Ris schuilt daar juist de kracht van onderwijs. De vraag is niet hoe we leerlingen precies krijgen waar wij ze willen hebben, maar hoe we omstandigheden creëren waarin zij geraakt kunnen worden, nieuwsgierig worden en verantwoordelijkheid leren nemen.
Dat heeft directe gevolgen voor de dagelijkse praktijk. Wanneer grijp je als docent in? Wanneer laat je een leerling worstelen? Wanneer vertraag je juist het proces in plaats van het te versnellen? Ris beschrijft vier pedagogische kwaliteiten die daarbij kunnen helpen: onderbreken, vertragen, steunen en voeden. Geen methode of stappenplan, maar manieren van kijken die iedere docent morgen al kan uitproberen.
Het gesprek gaat ook over een probleem dat veel docenten intuïtief herkennen. We knippen de wereld op in vakken, leerdoelen, toetsen en competenties, terwijl het leven zelf samenhangend en complex is. Volgens Ris leren leerlingen daardoor soms meer over losse onderdelen dan over de wereld waarin zij later moeten leven. Zijn alternatief is onderwijs dat vertrekt vanuit betekenisvolle vragen en praktijken, zodat kennis weer verbonden raakt met het echte leven.
Daarmee komen we bij misschien wel de belangrijkste vraag van deze aflevering. Wat is eigenlijk het doel van onderwijs? Volgens Ris niet een leerling die zoveel mogelijk weet, maar een leerling die leert vragen: “Wat vraagt dit van mij?” Dat noemt hij volwassen zelfstandigheid. Niet alles zelf kunnen, maar verantwoordelijkheid leren nemen in relatie tot anderen en de wereld.
Wat doe je als onderwijs vooral bezig lijkt met presteren, consumeren en hun individueel succes? Hoe help je jonge mensen verantwoordelijkheid te nemen voor iets dat groter is dan henzelf? En hoe blijf je als docent zelf overeind in een tijd van polarisatie, prestatiedruk en voortdurende verandering? In dit gesprek geen eenvoudige antwoorden, maar wel een ander perspectief op onderwijs, volwassenheid en de rol van de docent. Daarbij maken we kennis met denkers als Gert Biesta, Jan Masschelein, Hannah Arendt, Tim Ingold, Philippe Meirieu en Henry Giroux, die helpen om met nieuwe ogen te kijken naar vragen waar veel docenten dagelijks mee worstelen.
Voor iedere docent die zich weleens afvraagt of onderwijs meer is dan kennisoverdracht, biedt dit gesprek een rijke bron van ideeën, vragen en vooral nieuwe manieren om naar leerlingen, leren en de wereld te kijken.
Bio
Jelle Ris is pedagoog, onderwijsontwikkelaar bij Stichting NIVOZ en noemt zichzelf een “pedagogisch troubadour”: iemand die voortdurend heen en weer beweegt tussen theorie en praktijk. Hij is medeauteur van het boek: Wereldgericht onderwijzen.
Biesta in de praktijk.
In dit gesprek verkent hij de vraag wat pedagogiek vandaag van docenten vraagt. Zijn denken is sterk beïnvloed door denkers als Gert Biesta, Jan Masschelein, Hannah Arendt en Tim Ingold, maar vooral door het idee dat onderwijs niet draait om het efficiënt overdragen van kennis, maar om het begeleiden van jonge mensen in hun ontmoeting met de wereld. Zoals hij het formuleert: “Pedagogiek is het antwoord van de zittende generatie op de aankomst van een nieuwe generatie en hun vrijheid.” Volgens Ris gaat onderwijs daarom niet alleen over kwalificeren, maar vooral over het welkom heten van jongeren in een complexe wereld waarin zij hun eigen weg moeten leren vinden.
Drie reflectievragen
Waar geef ik mijn leerlingen te snel een antwoord, terwijl een goede vraag meer zou opleveren?
Denk aan vandaag of deze week. Welke vraag had je kunnen teruggeven aan de leerling?
Wat vraagt deze situatie van mij als docent?
Niet: Wat staat er in het protocol? Wat moet ik afvinken? Maar: Wat vraagt deze leerling, deze groep of dit moment van mij?
Waar probeer ik te veel te controleren?
Welke ontwikkeling, uitkomst of leerling probeer je misschien iets te hard te sturen?
Wat zou er gebeuren als je iets meer ruimte laat voor ontmoeting, verrassing of eigen initiatief?
Drie kleine acties voor morgen
Stel één vraag minder en geef één antwoord minder
Kies morgen bewust één moment waarop je normaal gesproken uitleg zou geven. Vervang die uitleg door: “Wat denk jij zelf?”
Of: “Wat zie jij hier gebeuren?”
Bouw één moment van vertraging in
Voordat je een antwoord geeft, een discussie afsluit of een opdracht uitlegt: wacht 10 seconden. Laat de stilte even bestaan. Kijk wat er gebeurt.
Eindig de les met één wereldvraag.
Niet: Hebben jullie het begrepen? Maar bijvoorbeeld: Wat uit deze les neem je mee naar buiten? Of: Wat vraagt dit onderwerp eigenlijk van ons? Zo verbind je de les met de wereld buiten het klaslokaal.
