IBT snack 34: Een andere kijk op FREEZE!

De meeste mensen denken dat bevriezen onder druk een teken is van falen. Volgens Karin Roelofs is dat een misverstand. Een korte, gecontroleerde freeze-reactie kan juist helpen om betere beslissingen te nemen. In haar onderzoek wordt freeze daarom niet gezien als passief stilvallen, maar als een actieve biologische strategie. Een preciezer begrip hiervoor is freeze-and-sample: je handelt tijdelijk niet direct, maar verzamelt informatie, neemt veranderingen in de omgeving waar en beslist daarna pas wat de beste actie is. Freeze is dan geen zwakte, maar een manier waarop het lichaam en brein tijd creëren om onder dreiging beter te kunnen waarnemen en kiezen. Dat sluit opvallend goed aan bij de Observe-fase van de OODA-loop: eerst zien wat er werkelijk gebeurt, dan pas oriënteren, beslissen en handelen.

De ‘freeze’ is een heel bijzondere fysieke toestand, legt ze uit. “Aan de ene kant is je gaspedaal helemaal ingedrukt in reactie op dreiging, je pupillen worden groot en je gaat wat zweten. Je staat helemaal klaar om te gaan. Maar in die freeze-reactie zijn sommige mensen toch nog in staat om even de rem erop te houden, hun hartslag laag en variabel te houden en heel snel informatie te wegen.”

Roelofs ontdekte dat agenten bij wie de hersenen de rem intrapten en die hartslagdaling laten zien, minder gevoelig zijn voor het ontwikkelen van stress- en angstklachten later.

VR-training

Roelofs ging met haar team aan de slag om te onderzoeken of je dit kunt trainen. De freeze-reactie is een automatische reactie in het brein, zegt Roelofs, maar je kan als agent wel oefenen om in een vergelijkbare toestand te komen.

Zo ontstond er een VR-training, waarin agenten live feedback krijgen doordat bijvoorbeeld expres hun zicht wordt belemmerd wanneer het ritme van de hartslag onflexibel wordt. Door ademhalingsoefeningen kan die hartslag weer variabeler worden, en krijgen ze meer overzicht.

Functionele freeze en een blackout

Roelofs maakt een belangrijk onderscheid tussen een functionele freeze en een blackout. Bij een blackout raakt iemand overweldigd. Het hoofd lijkt leeg, het denken wordt minder helder en de kans op impulsief handelen neemt toe. Dat lijkt op een fight-flightreactie waarbij alleen het gaspedaal wordt ingedrukt. Bij een functionele freeze is het lichaam daarentegen wel klaar voor actie, maar beweeg je kort niet. Juist daardoor kun je informatie beter opnemen, risico’s afwegen en vervolgens sneller én beter handelen.

De kern van haar werk is dat goede besluitvorming onder druk niet alleen in het brein plaatsvindt. De lichamelijke toestand bepaalt mede hoe goed de hersenen kunnen waarnemen, afwegen en beslissen. Daarbij gaat het vooral om de balans tussen twee autonome stresssystemen. Het sympathische zenuwstelsel werkt als het gaspedaal: via onder andere noradrenaline zorgt het voor energie, alertheid, snelheid en actiebereidheid. Het parasympathische zenuwstelsel werkt niet simpelweg als ontspanning, maar eerder als een intelligente rem: via onder andere acetylcholine ondersteunt het regulatie, informatieverwerking en de toestand van freeze-and-sample. Optimale prestaties ontstaan dus niet doordat het gaspedaal wordt losgelaten, maar doordat gas en rem tegelijk goed samenwerken.

Dat is een belangrijk verschil met veel eenvoudige stressmodellen. Vaak wordt gedaan alsof iemand óf in fight-flight zit óf in rust. Roelofs laat juist zien dat tijdens dreiging beide systemen tegelijkertijd actief kunnen zijn. Niet de hoeveelheid stress op zichzelf bepaalt dan de kwaliteit van het optreden, maar de verhouding tussen mobilisatie en regulatie. Iemand moet genoeg gas hebben om klaar te zijn voor actie, maar ook genoeg rem om niet overspoeld te raken. In praktische taal: het doel is niet minder stress, maar beter gereguleerde stress.

De rol van de hartslag is daarbij belangrijk. Wanneer iemand onder druk zijn hartslag enigszins kan verlagen of stabiliseren, ontstaat er meer ruimte om informatie te verwerken, kansen en risico’s af te wegen en betere beslissingen te nemen. Dat verklaart ook waarom ademhaling waarschijnlijk zo’n krachtige interventie kan zijn. Ademhaling is dan niet alleen een manier om rustig te worden, maar een manier om de balans tussen gas en rem te beïnvloeden. Door de ademhaling te vertragen kan de parasympathische regulatie toenemen, waardoor de fysiologische toestand verandert en het brein informatie beter kan verwerken. Ademhaling wordt daarmee een prestatievaardigheid: een manier om onder druk beter te blijven waarnemen, beslissen en handelen.

Roelofs onderzocht dit ook bij politieagenten. Daaruit bleek dat agenten die tijdens stress de rem beter konden gebruiken, niet alleen beter presteerden in acute situaties, maar op langere termijn ook veerkrachtiger bleken te zijn. Dat is belangrijk voor politie-, defensie- en zorgtraining, omdat het laat zien dat stressregulatie niet losstaat van professioneel handelen. Het is geen extraatje naast de taak, maar een voorwaarde om de taak goed uit te voeren.

Daarom is het ook logisch dat Roelofs kritisch is op training in alleen rustige omstandigheden. Meditatie of ademhalingsoefeningen kunnen in een stille ruimte goed werken, maar dat betekent nog niet dat iemand ze ook kan toepassen tijdens een bedreigende situatie. Haar onderzoeksgroep ontwikkelde daarom een Virtual Reality-training waarin realistische stress wordt opgewekt, deelnemers een hartslagmeter dragen en hun fysiologische toestand direct invloed heeft op de virtuele omgeving. Wanneer de lichamelijke regulatie onvoldoende is, wordt de omgeving moeilijker of donkerder. Zo leren mensen niet alleen óver stressregulatie, maar oefenen ze die regulatie terwijl ze onder druk beslissingen moeten nemen.

Het HEART2ADAPT-project verdiept dit verder. In dat project worden hartslag, lichaamshouding en hersenactiviteit in realtime gemeten. Dat laat zien dat besluitvorming onder stress niet alleen een kwestie is van denken, maar van het hele lichaam-brein-systeem. Ook houding kan onderdeel zijn van de fysiologische toestand waarin iemand waarneemt en beslist. Dat sluit goed aan bij moderne inzichten over embodiment en de nauwe relatie tussen perceptie en actie.

Een vernieuwend onderdeel van het project is de kijk op angststoornissen. Waar vaak wordt gedacht dat angstige mensen zich onvoldoende aanpassen aan veranderingen in hun omgeving, onderzoekt Roelofs juist de mogelijkheid dat zij over-adaptive zijn. Zij reageren dan niet te weinig, maar juist te snel en te sterk op mogelijke dreiging. Dat is een heel andere manier van kijken. Het probleem is dan niet simpelweg een gebrek aan flexibiliteit, maar een te hoge gevoeligheid voor verandering en gevaar. Op termijn wil haar onderzoeksteam ook nagaan of nieuwe technieken, zoals Transcranial Ultrasound Stimulation, diepe hersengebieden gericht kunnen beïnvloeden om de communicatie tussen lichaam en brein te verbeteren.

Voor training onder druk is de belangrijkste boodschap helder. Freeze hoeft niet altijd te worden bestreden. Soms is een korte freeze precies wat nodig is om informatie te verzamelen en niet te vroeg, te snel of te impulsief te handelen. Het doel van training is daarom niet om stress uit te schakelen, maar om mensen te leren gas en rem tegelijk te gebruiken. Vanuit een optimale sympathisch-parasympathische balans kunnen zij beter waarnemen, beter beslissen en daarna gerichter handelen. Dat is precies wat goede OODA-training vraagt: niet meteen doen, maar eerst zien, begrijpen, kiezen en dan pas handelen.

Roelofs laat zien hoe fundamenteel onderzoek tot toepassingen in de echte wereld kan leiden. Ze is hartstochtelijk pleitbezorger van ongebonden onderzoek, werk ‘van de lange adem’, zoals ze het noemt. Ook als bestuurslid van de European Research Council (ERC) zet ze zich daarvoor in. “Vrij onderzoek is het immuunsysteem van een gezonde samenleving”, zegt Roelofs. Met het geld van de Spinozapremie, anderhalf miljoen euro, kan ze daar weer meer van gaan doen. Zo werkt ze met een techniek met geluidsgolven die tot heel diep in de hersenen veranderingen kan aanbrengen, bijvoorbeeld om het uitdoven van angsten te versnellen. “Allemaal lange-adem-onderzoek, geweldig.” (Uit TROUW).

1. Wanneer zie jij freeze nog als een fout?

Reflectievraag:
Wanneer interpreteer jij tijdens een scenario een korte freeze van een cursist nog als falen, terwijl het misschien juist een moment van informatie verzamelen is?

Call to action:
Observeer deze week tijdens één scenario bewust de eerste twee seconden vóór de eerste actie van de cursist. Beschrijf achteraf niet alleen wat hij deed, maar vooral wat hij eerst leek waar te nemen.

2. Train jij vooral het gaspedaal of ook de rem?

Reflectievraag:
In hoeverre help jij cursisten om onder druk niet alleen snel te handelen, maar ook hun fysiologische toestand te reguleren?

Call to action:
Bouw in je volgende scenario één korte interventie in waarin cursisten vóór hun eerste actie bewust één ademhaling nemen en de omgeving scannen. Evalueer daarna samen wat dit deed met hun besluitvorming.

3. Beloon jij snelheid of kwaliteit van waarnemen?

Reflectievraag:
Waar geef jij tijdens een debrief de meeste aandacht aan: de snelheid van handelen of de kwaliteit van het waarnemen vóór de actie?

🎯 Call to action:
Voeg bij je volgende debrief één vaste vraag toe: “Welke informatie heb je eerst verzameld voordat je handelde?” Maak dit een terugkerende gewoonte in iedere training.