
Stop met technieken aanleren. Begin met leerproblemen ontwerpen. Wat vechtsportdocenten en docenten bewegingsonderwijs kunnen leren van Ecological Dynamics.
Voor veel vechtsportleraren en docenten bewegingsonderwijs zal dit gesprek met Freek van Iersel voelen als een bevestiging én als een inspiratiebron. Een bevestiging, omdat veel ervaren trainers al jarenlang tegen dezelfde vragen aanlopen. En een inspiratiebron, omdat Freek laat zien dat er een andere manier van lesgeven mogelijk is: een manier die leidt tot meer plezier, meer betrokkenheid én betere transfer naar de praktijk.
Freek van Iersel is docent-onderzoeker aan de HAN in Nijmegen, voormalig professioneel MMA-vechter en actief in Combat Sambo voor TeamNL. Vanuit zijn achtergrond in anatomie, fysiologie en biomechanica onderzoekt hij hoe we vechtsport beter kunnen onderwijzen. In deze podcast neemt hij de luisteraar mee in de wereld van Ecological Dynamics en Constraint-Led Approach (CLA). Hij presenteert dit niet als een revolutionaire nieuwe methode, maar als een manier van kijken die al langer bestaat en die steeds beter aansluit bij wat we inmiddels weten over motorisch leren.
Het gesprek begint met een herkenbare frustratie. Vrijwel iedere trainer kent het verschijnsel. Studenten oefenen tien minuten lang een techniek, voeren die tijdens het oefenen perfect uit en zodra het sparren begint lijkt alles verdwenen. Erik Hein herkent dat uit zijn eigen judotijd. “Dan deden we honderd keer dezelfde techniek en daarna gingen we sparren… en ineens werkte er helemaal niets meer.” Freek herkent precies hetzelfde probleem. Volgens hem leren we vaak direct een oplossing aan, terwijl de leerling het onderliggende probleem nog helemaal niet begrijpt.
Daarom stelt hij voor om het onderwijs om te draaien. Niet de techniek staat centraal, maar het bewegingsprobleem. “Je zet het probleem of de taak centraal.” Dat lijkt een klein verschil, maar het verandert de hele manier van lesgeven. In plaats van een ontsnapping uit side control stap voor stap voor te doen, krijgen studenten simpelweg het probleem voorgeschoteld: zorg dat je niet meer gepind ligt. Hoe zij dat oplossen, is in eerste instantie vrij. “Het probleem is dat iemand gepind ligt. Hoe ze dat oplossen is vrij.”
Daarmee raakt Freek aan misschien wel de belangrijkste boodschap van de podcast. Goede sporters leren niet doordat zij perfecte technieken kopiëren, maar doordat zij steeds opnieuw betekenisvolle bewegingsproblemen oplossen. Er bestaat zelden één perfecte techniek. Er bestaan vooral steeds betere oplossingen die passen bij de situatie, de tegenstander en het lichaam van de sporter.
Dat betekent overigens niet dat de docent achterover kan leunen. Integendeel. Freek benadrukt meerdere keren dat ecologisch leren beslist niet betekent: “Zoek het maar uit.” Juist de docent ontwerpt zorgvuldig de leeromgeving. Hij bepaalt het spel, de spelregels, de beperkingen en de succesvoorwaarden. “Je geeft niet de oplossing, maar je geeft wel de tools mee om tot een oplossing te komen.”
Die tools noemt hij invarianten of kernprincipes. In plaats van exact voor te schrijven waar een hand of voet moet komen, leert de docent bijvoorbeeld begrippen als een frame maken, steunpunten wegnemen, balans verstoren of een dominante hoek creëren. Zulke principes blijven in vrijwel iedere situatie bruikbaar, terwijl de sporter zelf ontdekt hoe hij ze toepast.
Een van de meest verfrissende onderdelen van het gesprek is de openheid waarmee Freek vertelt over zijn eigen leerproces als game-designer. Goede spellen ontstaan niet vanzelf. Ze vragen om experimenteren, evalueren en aanpassen. Lachend vertelt hij hoe hij soms dacht een fantastische game te hebben ontworpen, waarna deze in de praktijk totaal niet bleek te werken. “Ik dacht: dit wordt fantastisch… en het werkte totaal niet.” Inmiddels bewaart hij al zijn games in een database waarin hij ze beoordeelt op effectiviteit. Sommige spellen scoorden aanvankelijk een één en werden pas na meerdere aanpassingen bruikbaar. Daarmee laat hij eigenlijk zien dat ook de docent leert volgens dezelfde principes als zijn studenten: proberen, ontdekken, aanpassen en opnieuw proberen.
Vervolgens neemt Freek de luisteraar mee in het ontwerpen van een goede game. Alles begint met één duidelijk bewegingsprobleem. Wat wil je vandaag dat studenten leren? Guard passen? Een takedown maken? Ontsnappen uit side control? Daarna bepaal je welke handelingen zijn toegestaan, welke beperkingen gelden en vooral: wanneer is het doel bereikt? “Wanneer heb je gewonnen?” Juist heldere succesvoorwaarden geven richting aan het leerproces zonder de oplossingen vast te leggen.
Een prachtig voorbeeld is zijn game rondom het ontsnappen uit side control. Studenten hoeven geen vaste techniek uit hun hoofd te leren. De opdracht is eenvoudig: zorg dat je knie en elleboog bij elkaar komen. Vrijwel iedere effectieve ontsnapping begint uiteindelijk met dat principe. Door alleen dat doel centraal te zetten ontdekken studenten vanzelf hoe zij hun heupen moeten bewegen, druk moeten wisselen of een frame moeten maken. De techniek ontstaat als gevolg van het oplossen van het probleem.
Freek waarschuwt daarbij ook voor een veelgemaakte fout. Docenten praten vaak te veel. Zelf probeert hij de uitleg van een game binnen één minuut af te ronden. Daarna begint het echte leren. Studenten gaan proberen, ontdekken en vragen stellen. Wanneer iemand vraagt: “Mag dit?” antwoordt hij vaak simpelweg: “Heb ik gezegd dat het niet mag?” Zo ontstaat ruimte voor creativiteit en eigenaarschap.
Na iedere spelronde volgt een gezamenlijk reflectiemoment. Niet de techniek wordt besproken, maar het probleem. Waarom lukte het niet? Wat hield je tegen? Welke oplossingen heb je gevonden? Pas daarna introduceert Freek eventueel een nieuw kernprincipe waarmee studenten de volgende ronde verder kunnen. Op die manier ontstaat een voortdurende wisselwerking tussen ervaren, reflecteren en opnieuw proberen.
Later verschuift het gesprek van grondvechten naar striking. Juist daar ziet Freek grote kansen. Veel boks- en kickbokstrainingen bestaan nog steeds uit vooraf afgesproken combinaties waarbij beide partners precies weten wat er gaat gebeuren. Maar een wedstrijd verloopt nooit zo voorspelbaar. “Je weet niet precies welke combinatie er komt.” Daarom worden timing, waarnemen en beslissen veel belangrijker dan het reproduceren van ingestudeerde patronen.
Hij vertelt over een training in Duitsland waarbij één partner voortdurend alleen een jab gaf. De verdediger wist dát de jab zou komen, maar niet precies wanneer. De vraag werd daardoor niet: welke techniek heb ik geleerd? Maar: wat zie ik gebeuren, hoe lees ik mijn tegenstander en welke oplossing past op dit moment? Dat is precies de manier waarop ook echte wedstrijden verlopen.
Misschien wel de mooiste rode draad van de podcast is het belang van spel. Niet omdat spelen kinderachtig is, maar omdat spelen nieuwsgierigheid, experimenteren en intrinsieke motivatie oproept. Freek ziet dagelijks hoe studenten die na drie technische herhalingen hun motivatie verliezen, tijdens deze spelvormen nauwelijks willen stoppen. “Nu moet ik ze juist afremmen. We moeten nog een uur.”
Ook veiligheid krijgt veel aandacht. Ecologisch leren is allesbehalve chaotisch. De docent bouwt zorgvuldig op, begint vaak dicht bij de grond en verhoogt stap voor stap de moeilijkheidsgraad. Zo groeien zelfvertrouwen en vaardigheid hand in hand.
Aan het einde van de podcast vraagt Erik of deze manier van lesgeven inmiddels terrein wint binnen de vechtsport. Freek ziet duidelijk een groeiende belangstelling. Veel trainers zijn aanvankelijk sceptisch. Maar zodra zij ervaren hoeveel plezier studenten beleven, hoeveel creativiteit ontstaat en hoeveel oplossingen leerlingen zelf ontdekken, verandert hun blik vaak snel.
Misschien is juist zijn laatste advies wel het krachtigst. Hij verwijst niet naar ingewikkelde theorieën of dikke studieboeken, maar zegt eenvoudig: “Ga het gewoon eens proberen.” Verwacht niet dat het meteen perfect is. Ontwerp een spel. Kijk wat er gebeurt. Pas het aan. Probeer opnieuw. Precies zoals je ook van je studenten vraagt.
Deze podcast is geen pleidooi om technieken af te schaffen. Freek zegt juist expliciet dat technieken, demonstraties en instructie nog steeds hun plaats hebben. Zijn boodschap is veel genuanceerder. Goede docenten weten wanneer een leerling behoefte heeft aan informatie en wanneer een leerling vooral behoefte heeft aan een goed ontworpen probleem.
Uiteindelijk laat dit gesprek zien dat motorisch leren misschien wel eenvoudiger is dan we soms denken. Mensen worden niet vaardig doordat zij perfecte bewegingen kopiëren. Zij worden vaardig doordat zij steeds opnieuw betekenisvolle problemen oplossen. En misschien is dat wel de mooiste conclusie van allemaal. Wanneer leren weer spelen wordt, willen mensen vanzelf blijven oefenen.
Reflectievraag 1
Geef ik vooral technieken, of ontwerp ik leerproblemen? Kies tijdens je eerstvolgende training één techniek die je normaal klassikaal voordoet. Vervang die door een eenvoudige spelvorm waarin hetzelfde bewegingsprobleem centraal staat. Schrijf na afloop één verrassende oplossing op die een leerling zelf heeft ontdekt. Herhaal dit iedere week met één oefening. Zoals James Clear schrijft: kleine veranderingen, consequent herhaald, zorgen uiteindelijk voor grote veranderingen.
Reflectievraag 2
Hoe vaak geef ik antwoorden, terwijl ik ook vragen zou kunnen stellen? Vraag tijdens je volgende les eerst: “Waarom denk je dat dit niet lukte?” voordat je zelf feedback geeft. Wacht bewust tien seconden voordat je iets zegt. Sluit de les af met één oplossing die door een leerling zelf is gevonden. Zo ontwikkel je stap voor stap een leerklimaat waarin nieuwsgierigheid belangrijker wordt dan nadoen.
Reflectievraag 3
Verlaten mijn leerlingen de les met meer plezier én meer zelfvertrouwen dan waarmee ze binnenkwamen? Kijk tijdens je volgende training bewust naar het moment waarop de groep het meest lacht, experimenteert en volledig opgaat in het spel. Bouw je volgende les rondom zo’n moment. Maak er een vaste gewoonte van om na iedere training één spel of oefenvorm iets leuker, eenvoudiger of uitdagender te maken. Kleine verbeteringen, consequent toegepast, vormen uiteindelijk een compleet nieuwe manier van lesgeven.