Inaugurele rede prof. dr. TineMolendijk: Morele dilemma’s van militaire operaties.

Ik kom er nog niet uit. Er werd zoveel belangrijks gezegd. Wat was nu de kernboodschap van de mooie oratie van Tine Molendijk? Ik ga iets gevaarlijks doen en haar rede in eigen woorden samenvatten.

Dit is wat ik uit haar rede meeneem. Of misschien wil ik iets meenemen wat er niet is. Waarschijnlijk leg ik er ook mijn eigen (voor) oordelen in.

Dit is mijn lezing van de mooie rede van Tine Molendijk:

Mensen zijn complexe en paradoxale wezens. In ieder van ons leven constructieve én destructieve krachten naast elkaar. Omdat oorlog mensenwerk is, draagt oorlog diezelfde dubbelheid in zich. Volgens mij wil Tine Molendijk oorlog en militair optreden eerst écht begrijpen, niet om alles goed te praten, maar om betere keuzes te kunnen maken.

Want als we te snel denken in goed en fout, helden en schurken, zien we vaak niet meer wat er werkelijk gebeurt en maken we sneller slechte politieke, militaire of morele beslissingen.

Begrijpen helpt ook om mensen mens te blijven zien — zelfs in oorlog — zodat we niet vervallen in haat, zwart-witdenken of ontmenselijking.

Uiteindelijk gaat het misschien ook om iets ongemakkelijks: beseffen dat niet alleen ‘de ander’, maar ook wijzelf onder bepaalde omstandigheden tot destructief gedrag in staat zijn. Vat ik het dan goed samen dat begrijpen tot inzicht en tot zelfinzicht leidt? En dat dit de beste wapens zijn?

Nu moet ik oppassen dat ik mijn wens niet in haar oratie projecteer.  Ik ben op zoek naar een moreel kompas.

In haar rede zegt ze: “Als mensen het over normen en waarden hebben, spreken ze vaak van een ‘ethisch kader’ of ‘moreel kompas’. Dat zijn inderdaad  goede metaforen om aan te geven dat normen en waarden een raamwerk vormen voor  acceptabel en onacceptabel gedrag en als zodanig ook een wegwijzer bieden. Tegelijkertijd suggereren de metaforen van kader en kompas ten onrechte dat normen en waarden een harmonieus geheel vormen, een samenhangend systeem van op elkaar afgestemde morele overtuigingen, waarbij je, om een goed mens te zijn, alleen maar dat eenduidige kompas  hoeft te volgen. Dat klopt niet.

Mens als ik ben projecteer ik alsnog een moreel kompas in haar woorden. Het lijkt mij dat Molendijk geen simpel moreel kompas van regels of uitkomsten biedt.

Maar ze pleit lijkt me – als leek – impliciet voor een deugd ethische houding van praktische wijsheid: een mens blijven die morele complexiteit, tragische dilemma’s en de menselijkheid van zichzelf én de ander onder ogen durft te zien. Of lees en hoor ik dat toch niet goed?

Indringende woorden

Ik wil nog een paar indringende woorden uit de rede met jullie delen. Die een goede weergave van de complexiteit en paradox van mens en oorlog zijn.

1.      Gevoelens over het leger.

“sommigen associëren militaire operaties vooral met vrede, veiligheid en opoffering en kennen de krijgsmacht als een organisatie met strikte, misschien soms zelfs te strikte, juridische en morele standaarden. Anderen denken bij de krijgsmacht juist aan immoraliteit, als een haast per definitie grensoverschrijdend instituut. Weer anderen lijken militaire interventie eerder een domein van non-moraliteit te vinden, waar moraliteit ophoudt te bestaan. ‘Ethiek op het gevechtsveld is een luxe’, zeggen zij, en ‘all is fair in love and war’.”.

Ik merk dit sterk om mij heen. Iets wat ik overigens ook heb ervaren in mijn jaren bij de politie. De helft is blij dat je er bent, de andere helft vindt je bij voorbaat ‘slecht’.

2.      Oorlog is niet wat je denkt.

Tine citeert Tim O’Brien, een Vietnamveteraan die later romanschrijver werd. ‘War is hell’, stelt hij in zijn beroemde boek The Things They Carried (1990), daarmee bevestigend wat de meeste mensen verzuchten over oorlog. Maar hij laat het daar niet bij.

Hij vervolgt:

War is hell, but that’ s not the half of it, because war is also mystery and terror and adventure and courage and discovery and holiness and pity and despair and longing and love. War is nasty; war is fun. War is thrilling; war is drudgery. War makes you a man; war makes you dead. The truths are contradictory. It can be argued, for instance, that war is grotesque. But in truth war is also beauty.

Huh, is dit ook oorlog?

3.      Vervolg: Oorlog is niet wat je denkt.

Molendijk verteld over een militair die net terug was van zijn uitzending: “

Een vuurgevecht is gewoon iets heel, ja dan stijg je wel boven jezelf uit. (…) Als je de angst voorbij bent op een gegeven moment… dan is het wel iets heel unieks, iets heel… oerachtigs.

Een andere militair, die aan zijn uitzending post-traumatische stressstoornis overhield, zei over het meemaken van vuurgevechten:

Wat ik me realiseerde (…), ik moet vertrouwen op mijn maten, maar aan de andere kant heb je ook het gevoel van… er kan van alles gebeuren. Ja, één kogel kan genoeg zijn om gewoon het lampje uit te doen. Dus je weet wel… ja, je staat dicht bij het leven.

Toen hij dit zei, vroeg ik in een reflex aan hem: ‘Bedoel je dicht bij de dood?’.

Hij reageerde onmiddellijk: ‘Nee, nee. Dicht bij het leven. Je weet hoe kostbaar het leven kan zijn’.

Molendijk geeft aan dat deze militairen allebei existentiële ervaringen beschrijven: een confrontatie met het leven en de mens in hun puurste vorm, oerachtig en dus dicht bij het leven. Deze uitspraken gaan daarmee in tegen het gangbare beeld dat oorlog enkel en alleen ‘hel’ is en doorkruisen eendimensionale beelden van de mens als slechts goed of slecht. Hun verhalen schetsen een wereld en een mensheid die goed zijn, maar ook slecht, non-moreel, liefhebbend, vernietigend; allemaal tegelijkertijd.

4.      De natuur van de mens

Molendijk:”Met dit mensbeeld sluit ik aan bij mijn promotor Désirée Verweij, tevens voormalig houder van deze leerstoel. In haar werk (bijv. Verweij 2010, 2018) heeft zij op overtuigende wijze laten zien dat conflicten inherent zijn aan mens-zijn en dat dit mensbeeld via Nietzsche, Freud en Plato te traceren is tot ten minste Empedocles.

De conflicten in de mens kunnen draaien om goed en kwaad, zeggen zij, maar omvatten in bredere zin spanningen tussen constructieve en destructieve krachten, waarbij het destructieve niet per se slecht is. Het is dubbel. Denk aan passie, boosheid over onrecht, vechtlust, enzovoorts – krachten waarbij het constructieve en destructieve samenkomen (Verweij en Jespers 2001).

Deze dubbelheid van destructieve en constructieve krachten zien we ook op het collectieve niveau van de samenleving. Het recht, bijvoorbeeld, wordt vaak gezien als het tegenovergestelde van oorlog en geweld, maar het recht is juist uit oorlog en geweld geboren. Nog altijd, onvermijdelijk heeft het recht de steun van geweld nodig om te kunnen bestaan, en de krijgsmacht en politie als zijn daarin haar noodzakelijke instrumenten (Einstein en Freud 1933).

Freud Museum!

Dit doet me denken aan mijn recente bezoek aan het Freud Museum in Wenen. Het was immers onder meer Freud die de zogenaamde rationele verlichte mens een tik op zijn neus gaf en aandacht vestigede op de irrationele innerlijke conflictueuze kant van de mens.

Wist je trouwens dat Freud en Einstein een boekje hebben geschreven over de vraag:” waarom oorlog”?

5.      Kinderen van het licht en donker

Tine haar betoog doet me ook denken aan iemand die mij zeer beïnvloedt heeft: Reinhold Niebuhr . Hij spreekt over children of light en children of darkness als twee kanten van mens en politiek.

De “kinderen van het licht” geloven in rede, waarheid en rechtvaardigheid, maar kunnen naïef zijn over kwaad en macht. De “kinderen van de duisternis” begrijpen macht, eigenbelang en cynisme beter, maar missen morele richting en kunnen destructief worden.

Niebuhrs kernpunt is dat beide kanten bij de menselijke conditie horen. Daarom zegt hij:

“De mens is in staat tot rechtvaardigheid, daarom is democratie mogelijk. Maar de mens is ook geneigd tot onrechtvaardigheid, daarom is democratie noodzakelijk.”

Molendijk sluit volgens mij  aan bij Niebuhr’s moreel realisme: zij waarschuwt tegen naïef idealisme en zwart-witdenken, benadrukt de dubbele menselijke natuur, en laat zien dat we niet alleen het kwaad van de ander moeten begrijpen, maar ook onze eigen capaciteit tot destructie serieus moeten nemen.

Net als Niebuhr benadrukt ze zelfkritiek: niet alleen het kwaad bij “de ander” zien, maar ook onze eigen neiging tot onrecht erkennen. Dit sluit aan bij zijn “children of light”, die te naïef optimistisch zijn over morele zuiverheid.

Volgens Niebuhr voorkom je verlamming door moed, wijsheid en relatieve rechtvaardigheid: erken het kwaad realistisch, maar handel met bescheidenheid en hoop zonder perfectie na te jagen. Zijn sereniteitsgebed vat dit samen: accepteer wat je niet kunt veranderen, verander wat je kunt, en onderscheid beide met wijsheid.

6.      Morele desoriëntatie

Vanuit haar mensbeeld bekritiseert ze het idee van een simpel ‘moreel kompas’ en laat ze via het verhaal van Dutchbat-veteraan Stephan zien hoe morele dilemma’s in de werkelijkheid ontstaan uit botsende waarden, machteloosheid en tragische keuzes in chaotische omstandigheden.

Zijn missie was volgens haar grotendeels onuitvoerbaar. Hij beschrijft:

“Oorlog! Oorlog is misschien actie, wat je op tv ziet. Maar bij ons: het was paniek, ellende en krijsen en schreeuwen en stank.”

En later:

“Je kan duizend keer tegen mij zeggen: ‘Ja, je kon er niks aan doen’, maar ik stond er wel. We konden, deden niks.”

Voor Molendijk laat dit zien wat moral injury werkelijk is: niet simpelweg “iemand overtreedt zijn morele code”, maar vaak een situatie waarin iemand, om de ene waarde te dienen, een andere waarde moet schenden. Dus: morele verwonding gaat niet alleen over schuld of schaamte, maar ook over morele desoriëntatie: het gevoel dat de wereld niet klopt.

Morele desoriëntatie? Dat klinkt erg heftig en raakt me. Wat moet dat een …..gevoel zijn?!

7.      Drie onderzoekslijnen.

Wat gaat Molendijk dan concreet onderzoeken? Volgens mij zijn het deze drie onderzoekslijnen:

Fundamentele dilemma’s van oorlog en militair optreden

Deze lijn gaat over politieke besluitvorming, keuzes in het heetst van de strijd en de doorwerking achteraf bij veteranen en burgers. Hieronder valt haar werk over moral injury in context: morele verwonding als psychisch, sociaal, politiek en maatschappelijk verschijnsel.

Ook thema’s als destructief leiderschap, zorgmedewerkers in crisistijd en militaire humor vallen hieronder.

Nieuwe dilemma’s door nieuwe manieren van optreden

Deze lijn gaat over nieuwe technologie, drones, cyber, desinformatie en cognitive warfare. Molendijk waarschuwt dat technologie vaak te abstract wordt besproken.

Over drones zegt ze bijvoorbeeld: men denkt vaak dat een scherm oorlog op een videogame laat lijken, maar het kan oorlog juist intiemer maken, omdat de operator iemand van dichtbij ziet sterven.

Back to warfighting?

Door Oekraïne bereidt Europa zich weer voor op conventionele oorlog. Molendijk wil onderzoeken hoe dit de verhouding tussen krijgsmacht en samenleving verandert. Vragen zijn onder meer: hoe denken burgers nu over oorlog? Wat betekent gevechtsbereidheid? Hoe ervaren militairen de terugkeer naar grootschalige oorlog, maar dan met nieuwe technologie?

8.      Brutaal eerlijk zijn

Als ik in de woorden van Marc Pollen ‘bruut eerlijk’ ben dan is er niet veel nodig bij mij om in een destructieve modus te komen. En ik weet ook niet wat ik doe als het er op aan komt.

Hoe kan deze les van Tine mij voorbereiden op de indringende vraag van Churchill:

To each there comes in their lifetime a special moment when they are figuratively tapped on the shoulder and offered the chance to do a very special thing, unique to them and fitted to their talents. What a tragedy if that moment finds them unprepared or unqualified for that which could have been their finest hour.”

Wat heb ik geleerd zodat ik iets beter voorbereid ben op dat moment?

Hier wat gedachten.

Ik heb de neiging te verlammen als mij gevraagd wordt te kiezen in morele dilemma’s. Ik kan erg goed ieder standpunt tot op zekere hoogte begrijpen. Ik snap de ander vaak best wel ook al doet deze dingen die niet de mijne zijn. Ook Geopolitiek ben ik erg slecht in te kiezen wie de goeden en wie de slechten zijn.

Zo ook met geweld. Wat mij mijn hele leven al bezighoudt: Wanneer is geweld moreel noodzakelijk, ondanks alle tragiek en vernietiging die ermee gepaard gaan?

Hoe kan ik moreel helder blijven in tijden van conflict en (dreigende) oorlog, zonder te vervallen in naïef idealisme óf cynisch zwart-witdenken?

Daarom is Bonhoeffer inspirerend voor mij. De theoloog met zijn enorme worsteling om Jezus zijn leer te verzoenen met een aanslag op Hitler om het even helemaal plat te slaan.

Voor zover ik vanaf mijn luxe positie achter het toetsenbord kan bedenken: geweld zou het laatste redmiddel moeten zijn. En tegelijk is er echt ‘kwaad’ dat wel aangepakt moet worden. Op de meest humane wijze. Eigenlijk net zoals ik bij de Politie erin heb gestaan. Blijkbaar beweeg ik me van nature richting de ‘just war’ opvatting. Maar goed, tot nu toe vallen er geen bommen op Baarn en leef ik 56 jaar in Vrede.

Een hele inspirerende moedige oratie. Ga er maar eens staan en maak maar eens een goed verhaal over Oorlog en Moraal!

Ik heb genoten en geleerd,

Tine bedankt.


Bronnen