
Van een gewelddadige overal in Zuid-Afrika naar onderzoek naar het escaleren en de-escaleren van geweld. In deze podcast spreek ik met Marie Rosenkrantz Lindegaard, socioloog en geweldsonderzoeker aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Haar werk draait om één ogenschijnlijk simpele, maar ongemakkelijke vraag: Waarom ontspoort een alledaagse interactie soms plotseling in agressie — en waarom soms ook niet?
De oorsprong van haar onderzoek ligt niet in statistieken, maar in een persoonlijke ervaring. Als jonge studente in Zuid-Afrika werd Marie slachtoffer van een overval. En toch — midden in die chaos — was er iets anders. Een gevoel van invloed.
Het idee dat wat zij deed, hoe zij sprak, hoe zij bewoog, mede bepaalde hoe het zou aflopen.
Dat moment werd geen trauma dat haar deed wegkijken, maar een vraag die haar deed inzoomen: Wat gebeurt er eigenlijk tussen mensen, vlak vóór geweld ontstaat?
Geweld zit niet alleen in mensen — maar tussen mensen
In veel wetenschappelijk onderzoek ligt de focus óf op de dader, óf op het slachtoffer. Karakter. Achtergrond. Trauma. Motivatie.
Maar Marie verlegt het perspectief. Ze kijkt niet alleen naar wie mensen zijn, maar naar wat er gebeurt — seconde voor seconde, beweging voor beweging. Geweld, zo laat haar werk zien, is zelden een losstaande explosie.
Een interactie waarin kleine gedragingen — een stap naar voren, het blokkeren van ruimte, een aarzeling — de toon kunnen zetten.
De camera als vergrootglas
Om die fragiele momenten te begrijpen, gebruikt Marie iets wat we allemaal kennen, maar zelden écht bekijken: videobeelden. CCTV-opnames. Bodycams. Publieke beelden. Geen reconstructies achteraf, maar het rauwe verloop van een situatie zoals die zich ontvouwt.
Wat blijkt?
Veel geweld ontstaat niet “zomaar”. Het volgt vaak op micro-momenten van weerstand, verwarring of verlies van ruimte.
En minstens zo belangrijk: omstanders doen ertoe. Meer dan we denken.
Een blik van steun.
Iemand die dichterbij komt.
Of juist iemand die zich afwendt.
De omgeving is geen decor — ze is medespeler.
Frontlinie, onzekerheid en het gevoel van onveiligheid
In haar huidige onderzoek richt Marie zich op frontliniewerkers: politie, OV-medewerkers, zorgprofessionals, winkelpersoneel. Mensen die dagelijks in het spanningsveld van regels, emoties en menselijke kwetsbaarheid staan.
1. Introductie & achtergrond
Het gesprek opent met de introductie van Marie Rosenkrantz Lindegaard, socioloog en antropoloog, verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam en lid van de Wetenschappelijke Adviesraad Politie. Ze deed eerder veldwerk in Zuid-Afrika en ontwikkelde daar methoden om geweld en conflicten in detail te analyseren.
2. Kernvraag van haar onderzoek
Haar centrale onderzoeksvraag is:
Waarom escaleren alledaagse interacties soms plotseling tot agressie of geweld – en hoe kunnen ze ook weer de-escaleren?
Ze bestudeert dit op microsociologisch niveau: wat gebeurt er tussen mensen, seconde voor seconde, in concrete interacties.
3. Persoonlijke aanleiding
Haar wetenschappelijke fascinatie is sterk geworteld in een persoonlijke ervaring:
als jonge studente in Zuid-Afrika werd ze slachtoffer van een gewapende overval.
Die gebeurtenis riep existentiële vragen op (“Waarom ik?”), maar ook een diep gevoel dat haar eigen gedrag invloed had op de afloop: zij had het idee dat ze door te onderhandelen zwaarder geweld wist te voorkomen.
4. Frustratie met bestaande literatuur
In de literatuur zag ze een scherpe tegenstelling:
- Daderliteratuur: geweld wordt alleen gebruikt als slachtoffers zich verzetten.
- Slachtofferliteratuur: daders gebruiken geweld ongeacht wat het slachtoffer doet.
Beide perspectieven zijn gebaseerd op interviews en dus gekleurd door herinnering, emotie en bias.
5. De stap naar videodata
Om deze impasse te doorbreken richtte ze zich op videobeelden (CCTV, bodycams, publieke opnames).
Na aanvankelijke scepsis bleek toegang mogelijk, en analyse van overvalbeelden liet zien:
- Geweld ontstaat vaak interactioneel, bijvoorbeeld wanneer slachtoffers (onbedoeld) weerstand tonen.
- Kleine gedragingen (aarzeling, vasthouden van geld, blokkeren van ruimte) kunnen escalatie triggeren.
6. Verschuiving van focus: de rol van omstanders
Tijdens deze analyses werd iets anders overduidelijk:
omstanders spelen een cruciale rol in het verloop van geweld.
Dit leidde tot een bredere onderzoeksagenda rond:
- de invloed van omstanders
- de rol van professionals (OV-medewerkers, winkelpersoneel, politie)
- gedrag dat escaleert of juist de-escaleert
7. Uitbreiding naar frontliniewerk
In studies met OV-medewerkers, winkelpersoneel en politie zag ze terugkerende patronen:
- Gedrag van professionals is doorslaggevend voor escalatie of de-escalatie.
- Goedbedoelde trainingsadviezen (zoals “naast iemand gaan zitten”) kunnen onbedoeld juist escaleren, bijvoorbeeld door het blokkeren van vluchtroutes.
8. Het grote consortiumproject
Ze leidt nu een grootschalig, door NWO gefinancierd consortiumproject naar agressie en geweld tegen frontliniewerkers (OV, politie/handhaving, zorg, retail).
Het project kent twee fasen:
Analysefase – mechanismen van escalatie/de-escalatie in kaart brengen met videoanalyse.
Interventiefase – samen met professionals evidence-based interventies ontwikkelen en testen.
9. Advies voor bestaande trainingen
Veel de-escalatietrainingen zijn waardevol maar:
- nauwelijks wetenschappelijk onderbouwd
- gebaseerd op ervaring in plaats van systematische gedragsanalyse
Haar werk wil praktijkkennis aanvullen, niet vervangen.
10. Subjectieve versus objectieve onveiligheid
Een belangrijk spanningsveld:
- Medewerkers ervaren veel onveiligheid
- Objectieve incidentcijfers laten soms iets anders zien
De vraag is niet wie gelijk heeft, maar:
wat moeten organisaties doen als het probleem vooral subjectief wordt ervaren?
11. Grenzen en kracht van videoanalyse
Video toont gedrag, maar niet volledig:
- Emoties, tunnelvisie en fysiologie zijn beperkt zichtbaar
Daarom combineert haar onderzoek: - videoanalyse
- participerend veldwerk
- fysiologische metingen
- video-elicitation interviews (terugkijken mét betrokkenen)
12. Methode: gedrag seconde-voor-seconde
Ze gebruikt methoden uit de gedragsbiologie:
- systematisch coderen van gedragingen
- hoge interbeoordelaarsbetrouwbaarheid
- statistische analyse van gedragssequenties
AI kan deels helpen, maar is nog onvoldoende betrouwbaar voor complex sociaal gedrag.
13. Voorzichtige inzichten
Enkele robuuste bevindingen:
- Blokkeren van vluchtroutes verhoogt escalatiekans
- Aanraking kan de-escalerend werken, maar is context-afhankelijk
- Contact met omstanders is vaak cruciaal voor veiligheid
14. Toekomstige ambitie
Haar grote hoop:
universele patronen vinden in escalatie en de-escalatie, over sectoren en culturen heen – of juist begrijpen waarom ze verschillen.
Drie reflectievragen
1. Welke kleine gedragingen van mijzelf zouden in een gespannen situatie onbedoeld escalatie kunnen oproepen?
2. Hoeveel invloed durf ik mezelf toe te kennen in conflictsituaties – zonder schuld of naïviteit?
3. Neem ik subjectieve gevoelens van onveiligheid serieus, ook als cijfers iets anders lijken te zeggen?
________________________________________
Drie call to actions
1. Kijk anders naar training: start bij echte interacties (video, observatie), niet bij abstracte modellen.
2. Analyseer gedrag, geen intenties: focus op wat mensen doen in plaats van wat ze bedoelen.
3. Ontwerp samen met professionals: combineer praktijkervaring met systematische gedragsanalyse.