IBT-snack 29: Motorisch leren met de grootmeester.

Waarschuwing. Deze inzichten kun je altijd toepassen, ook als de randvoorwaarden niet ideaal zijn! Hoe vaak krijg je de kans om met een ‘grootmeester’ te spreken? Professor emeritus Tim Lee is een van de grootmeesters en pioniers van motorisch leren. Een onderwerp wat ook al jaren in de belangstelling van IBT staat. Ik mocht met hem van gedachten wisselen. Dat was een eer. In mijn voorlaatste IBT snack heb ik er vier lessen voor jullie uitgehaald. Ze staan bekend als Desirable Difficulties oftewel creëer ‘gewenste moeilijkheden’ in de IBT training.

We onderscheiden:

Afwisselend oefenen (interleaving):
Bij deze aanpak train je meerdere verwante vaardigheden door elkaar heen. In plaats van één type taak steeds opnieuw te herhalen, wissel je bewust tussen verschillende taken, zodat de lerende telkens moet schakelen.

Gespreid oefenen:
Hierbij verdeel je oefenmomenten over meerdere tijdstippen. In plaats van langdurig achter elkaar te oefenen, plan je kortere sessies met tussenpozen, zodat er tijd zit tussen de herhalingen.

Interleaving betekent dat je verschillende vaardigheden binnen één training door elkaar oefent, terwijl gespreid oefenen betekent dat je dezelfde vaardigheid meerdere keren met tussenpozen in de tijd laat terugkomen.

Contextuele interferentie:
Dit principe lijkt op interleaving, maar richt zich vooral op het variëren van de omstandigheden waarin geoefend wordt. De taak blijft in essentie hetzelfde, maar de omgeving of situatie verandert, waardoor tijdelijke verstoring en aanpassing nodig zijn.

Beperkte of vertraagde feedback:
Door niet continu en niet onmiddellijk feedback te geven, worden lerenden gestimuleerd om zelf na te denken over hun uitvoering en eigen fouten te herkennen en te corrigeren.

Oefentoetsing (retrieval practice):
Deze strategie vraagt lerenden om actief eerdere kennis of vaardigheden op te halen uit hun geheugen, in plaats van de stof opnieuw door te nemen. Juist dat actieve terughalen versterkt het onthouden op langere termijn.

De kern achter deze vijf is steeds dezelfde: omstandigheden die het leerproces wat stroever en minder comfortabel maken, zorgen juist voor sterkere, duurzamere en beter overdraagbare vaardigheid.

Toepassen

Om het jullie ook een beetje wenselijk moeilijk te maken geen antwoorden maar vragen.

Afwisselend oefenen (interleaving)
Hoe kun je binnen één IBT-les dit principe toepassen, zodat cursisten telkens moeten schakelen in plaats van in één vast oefenritme te blijven? Geef voorbeelden.

Contextuele interferentie
Op welke manier kun je dezelfde vaardigheid oefenen onder wisselende omstandigheden — zodat cursisten leren zich aan te passen aan veranderende situaties?

Gespreid oefenen
Geef voorbeelden hoe je AZV en De-escalatie vaardigheden kunt spreiden over de dag of periode in plaats van ze één keer lang en aaneengesloten te behandelen?

Zoek ook op of dit ook voor de aanleerlessen geldt!

Beperkte of vertraagde feedback
Geef concrete voorbeelden waar je eerst de cursist zelf laat reflecteren zonder dat jij dat doet. Welke vorm van feedback gebruik je trouwens? MK of Korthagen?

Oefentoetsing (retrieval practice)
Hoe pas je dit toe aan het begin van de dag of aan het begin van een AZV of Schiet les?

De onderbouwing van deze aanpak is eenvoudig maar fundamenteel: leren vindt plaats wanneer het geheugen moet werken. Wanneer vaardigheden te gemakkelijk beschikbaar zijn, blijven ze contextgebonden en kwetsbaar. Wanneer training lichte frictie, variatie en heropbouw vraagt, worden meerdere contextkenmerken opgeslagen en wordt het geheugenspoor versterkt. Het resultaat is minder indrukwekkende prestaties tijdens de training zelf, maar grotere beschikbaarheid van vaardigheden weken later, onder druk en in wisselende omstandigheden. Voor IBT betekent dit dat training niet ontworpen moet worden voor soepele uitvoering om 15.00 uur in de dojo, maar voor robuuste inzetbaarheid om 02.00 uur op straat.

Podcast