
Deze spoedbrein gaat over bewust richten en schakelen van aandacht onder druk met de aandachtsstijlen van Nideffer.
WANNEER?
Deze vaardigheid is relevant wanneer je moet presteren onder druk, stress of vermoeidheid.
Bijvoorbeeld in spoedzorg, politiewerk, sport of andere situaties waarin:
- veel tegelijk gebeurt
- je merkt dat je afdwaalt of juist vastloopt
- je concentratie versmalt of je overzicht verliest
- je automatisch terugvalt in vaste patronen
Onder stress blijkt dat mensen tot wel 50% van de tijd niet met volle aandacht bij hun taak zijn. Het herkennen van afleiding en het bewust sturen van aandacht is daarom een cruciale vaardigheid.
HOE ?
1. Begrijp de aandachtsstijlen (Nideffer)
Psycholoog Nideffer onderscheidt aandacht langs drie dimensies:
1. Breedte
- Breed: aandacht voor meerdere prikkels tegelijk
- Smal: aandacht voor één specifiek prikkel.
2. Richting
- Intern: aandacht gericht op jezelf (lichaam, gedachten, gevoelens)
- Extern: aandacht gericht op de omgeving
3. Flexibiliteit
- Het vermogen om bewust te wisselen tussen deze stijlen
Elke taak vraagt om een specifieke aandachtsstijl.

2. Oefen Focus – Notice – Refocus
- Focus: richt je aandacht bewust op wat nú belangrijk is
- Notice: merk op wanneer je afdwaalt of vastloopt
- Refocus: breng je aandacht doelgericht terug
Dit is net als conditie: trainbaar. Hoe vaker je oefent, hoe beter het gaat.
3. Train met ‘cirkeltraining’
In cirkeltraining – zie spoedbrein-2 leerde je:
- welke afleidingen je hebt
- waar je aandacht naartoe gaat
- hoe je terugkeert naar cirkel 1: de taak
De kernvraag daarbij is:
Waar richt ik mijn aandacht op in cirkel 1?
4. Oefen bewust schakelen (voorbeelden)
Politie – schiettraining
- Richten: smal intern (focus op houding, ademhaling, richtmiddelen) en smal extern (doelwit)
- Direct daarna: breed extern (omgeving scannen)
Dit voorkomt inattentional blindness: tunnelvisie op één dreiging terwijl gevaar ook elders kan ontstaan.
Ambulancezorg
- Auscultatie: smal intern (luisteren)
- Daarna: breed extern (overzicht krijgen)
Tijdens een reanimatie gebruik je verschillende aandachtsstijlen afhankelijk van de taak. Compressies geven en luisteren naar de ademhaling vragen primair om smal–extern gerichte aandacht: focus op één concrete, externe handeling of prikkel. Overleg met collega’s vraagt juist om breed–extern: overzicht, luisteren en afstemmen binnen het team. Interne aandacht gebruik je niet als hoofdstand, maar ondersteunend: smal–intern voor korte zelfregulatie en interpretatie (bijvoorbeeld spanning voelen of betekenis geven aan wat je hoort), en breed–intern vooral ná de handeling, bij reflectie, overdracht en leren. Effectief handelen onder druk vraagt dus geen constante focus, maar het bewust en flexibel schakelen tussen aandachtsstijlen.
Bewust je focus richten en switchen kan in de ambulancezorg nuttig zijn. Ausculteren vraagt aandacht om goed te kunnen luisteren (focus smal intern).
Daarna is het nuttig om je focus even breed extern te richten. Dat geeft weer overzicht. Letterlijk bewust naar achteren stappen geeft al meer overzicht.
Binnen Advanced Life Support wordt de teamleider van de reanimatie geleerd bij het hoofdeind te gaan staan, omdat dat overzicht geeft. Binnen de ambulancezorg lijkt het nog steeds het adagium om vanuit het hoofdeind alles te regelen.
Een bijna onmogelijke taak, want niemand kan twee dingen tegelijk en het beperkt je overzicht. Het beademen, reversibele oorzaken langsgaan, de volgende ritme check organiseren en medicatie organiseren, je tweede-auto-collega’s overdragen en familie uitvragen, vraagt nogal wat van je ‘brein bandbreedte’.
Het gevolg van al deze brein opslokkende gebeurtenissen kan zijn dat je de patiënt gaat hypo- of juist hyperventileren.
Hou je brein bandbreedte optimaal door niet te veel te willen en switch bewust met je focus. Dat kan in je hoofd, maar ook door letterlijk naar achteren te stappen.
Flexibiliteit in je aandacht dus. Met flexibiliteit van de aandacht wordt bedoeld dat je van aandacht kan veranderen: dan weer op de omgeving, dan weer op jezelf; dan weer op veel signalen, dan weer op één enkel signaal.
WAAROM?
Onder stress neemt flexibiliteit van aandacht af.
Je valt automatisch terug op je voorkeursaandachtsstijl, vaak zonder dat je het merkt.
Dat kan:
- helpend zijn
- maar ook prestaties ondermijnen
Bijvoorbeeld:
- hyperfocus op één dreiging
- blijven analyseren terwijl handelen nodig is
- overzicht verliezen door interne ruis
Door bewust te schakelen naar de tegenovergestelde aandachtsstijl, vergroot je:
- rust
- overzicht
- handelingsvermogen
Aandacht wordt daarmee een actieve regulatievaardigheid, geen passief proces.
WAT BETEKENT DIT?
- Ken je voorkeursaandachtsstijl
- Herken wat er met je aandacht gebeurt onder druk
- Oefen bewust schakelen, juist wanneer het spannend wordt
- Gebruik simpele ankers:
- één extern signaal
- één stap terug
- één punt in het protocol of algoritme
In stressvolle situaties geldt vaak:
niet méér doen, maar slimmer richten.
Door aandacht flexibel te gebruiken:
- blijf je professioneel
- voorkom je tunnelvisie
- houd je je breinbandbreedte optimaal
Trainen is de sleutel.
Oefen situaties, experimenteer met aandachtsstijlen en ontdek wat werkt wanneer de druk toeneemt.In een eerdere spoedbrein hebben we geschreven over de cruciale rol van aandacht. In deze spoedbrein is het onderwerp de vier aandacht stijlen van psycholoog Nideffer.
Op de foto een workshop over aandacht stijlen op de Multidisciplinary Resuscitation Conference in Amersfoort.

En op deze foto in actie met de aandacht stijlen:
