Spoedbrein-2: De aandacht cirkels.

Twee kinderen, niet aanspreekbaar na een aanrijding — in die seconden draait alles om aandacht: wat zie je, wat laat je los en waar keer je steeds naar terug. In Spoedbrein-1 maakten we kennis met de melding van Ruben Verlangen en de mentale vaardigheid Focus – Notice – Refocus. Dit is een vaardigheid die je kunt trainen. Een bekende sportpsychologische methode is cirkeltraining, op basis van het werk van Dr. Hans Eberspächer.

Cirkel training!

In deze training wordt gewerkt met de aandachtscirkels, waarmee je je bewust wordt van welke afleidingen er zijn, van welke afleidingen jij last hebt en hoe je je weer kunt herfocussen. De aandachtscirkels zijn een verhelderende en effectieve manier om te laten zien dát je afgeleid kunt zijn van je taak en op welke manier je dat bent. Het doel is afleidingen steeds sneller op te merken en te refocussen. In de figuur kun je zien dat elke cirkel een andere afleiding vertegenwoordigt.

Cirkel 1 is de taak, dat wil zeggen: het geconcentreerd uitvoeren van de levensreddende handeling.

Ambulancemedewerkers die zich tijdens een reanimatie laten afleiden door omstanders, geluid, beperkte ruimte of spanningen in de omgeving, bevinden zich in cirkel 2.

Hulpverleners in cirkel 3 zijn afgeleid door hun gedachten over de uitvoering van de handelingen of het verloop van de reanimatie (compressies niet diep genoeg, intubatie mislukt, AED adviseert geen schok, collega maakt een fout).

Meer in het algemeen is er in het hoofd van de hulpverlener in cirkel 3 een negatieve balans tussen ‘hoe het gaat’ en ‘hoe het zou moeten gaan’.

Ambulancemedewerkers hebben vaak een duidelijk mentaal beeld van hoe een ideale reanimatie verloopt volgens protocol en training. De realiteit is echter dat omstandigheden zelden ideaal zijn. Wanneer een hulpverlener tijdens de reanimatie blijft hangen in de gedachte dat het niet loopt zoals het zou moeten, bevindt hij of zij zich in cirkel 3. Daardoor wordt het alleen maar moeilijker om effectief en protocolgetrouw te handelen.

Hulpverleners raken nog verder van de taakuitvoering af wanneer zij worden afgeleid door gedachten over de uitkomst van de reanimatie, zoals overleven of overlijden van de patiënt, of door de vraag of de reanimatie ‘gaat slagen’. Zij zijn dan beland in cirkel 4.

Als zij zich vervolgens ook nog gaan bezighouden met de mogelijke consequenties daarvan, dan zijn zij verder afgedwaald naar cirkel 5. Tijdens een langdurige reanimatie kan een ambulancemedewerker in cirkel 5 bijvoorbeeld denken aan het gesprek met de familie, aan juridische of emotionele gevolgen, of aan het idee dat dit ‘niet goed afloopt’.

Het verst af van een effectieve taakuitvoering zijn de hulpverleners die terecht zijn gekomen in cirkel 6. Zij stellen zich vragen als: Wat doe ik hier eigenlijk? Immers, het antwoord raakt aan de diepere motivatie om dit werk te doen: levens redden, van betekenis zijn in acute nood. Wanneer dit fundament onder druk komt te staan, bijvoorbeeld door morele twijfel, emotionele uitputting of herhaalde confrontatie met falen, kan de motivatie om adequaat te handelen wegvallen.

Het doel van mentale cirkeltraining is om de aandacht, focus en concentratie van hulpverleners te versterken (Schuijers, 2018). Meer in het algemeen richt mentale training zich op het aanleren, ontwikkelen en onderhouden van vaardigheden die de hulpverlener helpen om zich exclusief te richten op de onderhavige taak en zich niet te laten afleiden door storende externe factoren (zoals omstanders, geluid en chaos op de plaats van het incident) of interne factoren (zoals angst, gedachten en fysiek ongemak). Cirkeltraining helpt hulpverleners om tijdens de uitvoering in cirkel 1 te blijven (focus) of daar zo snel mogelijk naar terug te keren (re-focussen).

Mentale training werkt en beklijft wellicht beter als ook collega’s en leidinggevenden erbij worden betrokken, en in het geval van cirkeltraining het hele team. Ambulanceteams hebben immers baat bij heldere en efficiënte communicatie, wat vooral cruciaal is onder hoge druk.

Wanneer het gedrag van een collega doet vermoeden dat hij of zij even niet in cirkel 1 functioneert, kan een korte interventie als “Terug naar cirkel 1!” voldoende zijn om de focus te herstellen (Schuijers, 2018).

Neem nog een praktijkvoorbeeld van Ruben Verlangen uit ons artikel ‘Focus als wapen’:

“In het begin van de coronacrisis was vanwege de schaarste aan PBM het advies om spaarzaam om te gaan met de middelen. We kozen ervoor om als verpleegkundige vaak alleen bij een patiënt naar binnen te gaan en zo min mogelijk spullen te gebruiken. Het was niet prettig om in je eentje naar binnen te gaan en te merken dat communicatie lastig was als je porto en mobiel onder je pak zaten. Zeker niet als de patiënt er slechter aan toe was dan gedacht. Er zijn vele afleidingen denkbaar in dit voorbeeld.”

Worden we afgeleid door de directe omgeving (je pak)? Dan zit je in cirkel 2.

Raak je gefrustreerd omdat de situatie niet klopt met hoe het zou moeten gaan? Dan zit je in cirkel 3.

Zit je in cirkel 4, dan ben je afgeleid door de vraag of de patiënt het gaat redden.

Word je afgeleid door gedachten over wat de gevolgen zijn als jij de klus niet klaart? Welkom in cirkel 5.

Tot slot kan het gebeuren dat je het even helemaal niet meer weet of ziet zitten en je liever niet meer op die plek wilt zijn: cirkel 6.

Oefenen

De training bestaat uit het opmerken van de afleiding (Notice) en het weer oppakken van de taak (Refocus). Cirkeltraining helpt je hiermee te oefenen en steeds beter te worden. Veel mensen hebben voorkeursafleidingen die vaak terugkomen. De één wordt vooral afgeleid door de externe omgeving, de ander door onzekerheid over de uitkomst of de gevolgen daarvan (cirkel 4 en 5). Samen met een buddy kun je dit ook goed oefenen: vraag hem of haar “cirkel 1” te zeggen als hij ziet dat je niet bij je taak bent. Leer jezelf beter kennen met cirkeltraining.