Leraar zijn in 2025: Lessen en verbeterpunten.

Elk jaar besef ik me steeds opnieuw wat onderwijs geven toch mooi, belangrijk en van grote impact is. Ik mag gewoon leraar zijn. Een terugblik op leraar zijn in het HBO in 2025. Met jonge mensen in de kracht van hun leven. Sommige piepjong (vanaf 17 jaar), sommige al wat ouder (20-25 jaar).

Stel dat het mijn kinderen zouden zijn?

Ik bedacht me vaak: hoe zou ik willen dat docenten met mijn zoon en dochter om zouden gaan?

Stel dat deze studente nu mijn dochter zou zijn?

Hoe zou ik willen dat een docent mijn dochter benaderde als ze veel of weinig motivatie heeft op een dag, goed of minder goed meedoet op een dag. Wat hoop ik dat docenten dan zouden doen en wat staat mij dan te doen?

Deze gedachte helpt me anders naar mijn ‘leerlingen’ te kijken.

En stel dat deze veel te drukke student met zijn studie boek nog niet open mijn zoon zou zijn? Stel dat deze rete eigenwijze jonge man die me uitdaagt mijn zoon zou zijn?

Wat zou ik wensen dat een docent dan zou doen?

In al deze gevallen zou ik willen dat een docent mijn dochter en zoon echt als individuen zou zien. Dat ze echte aandacht zouden hebben, het spel van de adolescentie zouden snappen en af en toe eens zouden vragen: hoe is het met je?

En dat heb ik dan ook geprobeerd. Meer dan kennis overdragen heb ik een mindset gehad van: wie ben jij eigenlijk? Hoe is het met je? wat zou je nodig hebben van mij?

Meerdere prachtige momenten kwamen daaruit voort. Bijvoorbeeld deze:

Dank dat u niet boos werd.

Ik had alle reden om ‘boos’ te zijn. De afspraak niet nakomen, geen voorbereiding en iedereen laten zitten. Ik heb mijn boosheid met wat moeite omgezet in: dit is niet goed en slaat nergens op maar je bent welkom. Hoe gaan we ervoor zorgen dat het beter gaat de volgende keer?

Aan het eind van de dag kwam hij bij me: dank dat je niet boos op me was want dat maak ik mijn hele leven al mee. En dat helpt niet. Het helpt wel als u aanbiedt om mij te helpen.

Maakt u geen zorgen meester: uw leraar zal trots op u zijn.

Ik had verteld over de foto aan de dojo wand. Mijn leermeester Jan Kallenbach. Die een rolmodel voor mij is geweest. Ik heb ze voorgelezen uit mijn boek over deze man. Heb verteld hoe mooi het is dat ik nu in zijn Dojo les aan mijn studenten geef. En dat ik vaak aan hem vraag: doe ik het goed Sensei?

Na afloop kwam een student naar mij toe: U hoeft u geen zorgen te maken. Uw leraar zal trots op u zijn.

Ik laat mijzelf meer zien.

“The most personal is the most general.” Carl Rogers.

Ik ben meer dan een een vak. Ik ben een mens met levenservaring. En daar hebben jonge mensen behoefte aan. Op hun telefoon en met AI kunnen ze alles opzoeken. Wat ik en jij als docent meebrengen is levenservaring en hopelijk wat wijsheid. Wij kunnen uit ervaring vertellen wat we met deze kennis hebben gedaan.

Als ik mezelf laat zien, krijg ik dit terug merkte ik afgelopen jaar. En jonge mensen zijn bovendien meesters in echtheid spotten. Als ik echt ben – ook in mijn onzekerheid – krijg ik echtheid terug.

Als ik mijn kracht en mijn kwetsbaarheid laat zien, zie ik dit terug in wat ze mij vertellen.

Komen ze met eigen verhalen.

Als ik vertel over mijn leraren en docenten opent dat hun hart om over hun ervaringen en wensen te praten.

Komen ze na afloop even daarover kletsen. Staat niet expliciet in curriculum maar vormt voor mij het echte curriculum.

Wij zijn de leerstof

We onderwijzen niet wat we weten, maar wie we zijn.

Het is verleidelijk te denken dat de leerstof bestaat uit boeken, artikelen en power-points. Maar zeker op een leraar-opleiding zijn wij de leerstof. Wij docenten. Je kunt een heel verhaal over pedagogiek houden, maar wat laat je zelf zien in je les? Hoe ga je om met iemand die te laat is? Hoe ga je om met iemand die iets heel moois zegt?

Je kunt een heel verhaal houden over groepsdynamica met boeken en artikelen erbij. Maar hoe is de klas in mijn les? Hoe is de sfeer? Hoe is de prestatie? Wat laat ik zien?

Ik kan de morele stadia van Kohlberg uitleggen en er een tentamen van maken — maar daarnaast kan ik het ook laten zien in hoe ik in de les morele beslissingen neem.

Ik kan impliciet motorisch leren uitleggen maar kan het ook laten zien.

Het gaat niet alleen om wat we uitleggen, maar om wat we voorleven. Studenten leren minder van wat we zeggen dan van hoe we aanwezig zijn. Van hoe we luisteren. Hoe we reageren onder druk. Hoe we omgaan met twijfel, met fouten, met weerstand. In die zin zijn wij het curriculum — elke dag opnieuw.

Parker J. Palmer, onderwijspedagoog en schrijver van The Courage to Teach zegt: “Good teaching cannot be reduced to technique; good teaching comes from the identity and integrity of the teacher.” — Parker J. Palmer

Geloof is het mooiste geschenk

Dat is de werktitel van een module aan 2e jaars over vakinhoudelijke theorie als groepsvorming en motivatie theorie. In de dojo. Ik heb ze verteld: ik geloof in jullie. Ik geloof erin dat jullie samen met mij – en met een grote mate van autonomie – hier een gave module van gaan maken. Ik ga er van uit dat we in de performing fase zitten of komen. Pakken jullie deze uitdaging aan? Zelf regels en afspraken maken over presentie, te laat komen, spullen en onderling lesgeven?

In les twee – toen er een en ander niet zo zelfstandig was opgepakt – zeiden ze: u gelooft vast niet meer in ons!

Maar we gaan gewoon door en ontdekken dat als je vertrouwen krijgt het motiverend is om dit vertrouwen waar te maken. En zo geschiede.

Een mindfull check in.

Ze vonden het eerst wat vreemd: even een minuutje stil zijn. Of een korte body scan. Een minuut was eigenlijk niet te doen in de overprikkelende breinen. Nu is het ‘gewoon’ en iedereen pakt even een kort momentje.

Waar ik nog niet zo goed in ben

Na 35 jaar onderwijs heb ik nog steeds mijn administratie niet optimaal op orde. Dat wil zeggen: het blijft een aandachtspunt. Daar hebben mijn collega’s last van. En ik baal daar weer van. Vroegtijdig communiceren is een van de tools die ik hiervoor gebruik, en dat werkt een beetje.

Ook gaat ouder worden gepaard met een flinke portie eigen-wijsheid. Als je het onderwijs meerdere keren op de kop hebt zien gaan sluipt er eigen-wijsheid in. Niet weer een ‘curriculum herziening’!! En we gaan het toch niet weer ‘helemaal anders doen’?? En tegelijk is dit nu eenmaal hoe de wereld werkt. En als ik niet mee kan of wil is daar inderdaad de deur. Terecht.

En weet je, ik vindt het ook niet erg om mee te gaan. Er ontstaat vaak ook weer wat nieuws en moois. En zolang er in de klas echte aandacht is voor onze jonge mensen – echt voor wie ze zijn en niet alleen voor hoe goed ze scoren op tentamens – draag ik graag mijn steentje bij.

“Opvoeden is niet in de eerste plaats kennis overdragen, maar hoop organiseren.”
Micha de Winter

HOOP vol onderwijs

Alle berichten over oorlog, klimaatverandering, AI en problemen van huisvesting, mentale gezondheid enzovoorts schetsen voor je het weet een somber toekomstperspectief voor mijn jonge studenten. Hoe hoopgevend zijn mijn lessen? Hoe hoopgevend is onze hedendaagse pedagogiek eigenlijk?

Zevenendertig jaar geleden hield historisch pedagoge Lea Dasberg haar oratie onder de titel: ‘Pedagogie in de schaduw van het jaar 2000, of: Hulde aan de hoop’. Dasberg zag rond 1980 veel cultuurpessimisme om zich heen. Met de nodige ironie schetste ze een beeld van de boodschappen die kinderen volgens haar meekregen: “Vader worden is tegenwoordig autoritair, moeder worden is ongeëmancipeerd, zieke mensen beter maken is meewerken aan de groei van de overbevolking, en een actieve rol in het bedrijfsleven is meewerken aan de groei waar onze wereld aan ten onder gaat..” En ze vervolgt: “En wat stellen we kinderen dan nog in het vooruitzicht als ze hun best doen, waar laat men het kind nog voor leren?” Als je geen idealen meer mag hebben, als niets meer van betekenis lijkt te zijn, dan rest je alleen nog maar vluchtgedrag.”

Zij waarschuwde:

Als volwassenen alleen problemen overdragen en geen handelingsperspectief bieden, beroven we kinderen van hun toekomst.

Emeritus hoogleraar pedagogiek De Winter benadrukt — in het verlengde van Dasberg — dat de pedagogiek te vaak is gaan focussen op wat er mis is met kinderen: stoornissen, risico’s, tekortkomingen.

Dasberg verzette zich daar fel tegen: kinderen zijn geen probleemdragers, maar dragers van mogelijkheden.

Opvoeding is de kunst om kinderen niet alleen te beschermen tegen de wereld, maar hen ook te leren dat zij haar kunnen veranderen.

In het voetspoor van Dasberg en De Winter kijk ik terug op een jaar waar ik geprobeerd heb HOOP voor te leven:

Zo schep je hoop:
door handelingsperspectief te cultiveren, door al te snelle oordelen te onderbreken, door optimisme voor te leven, en door actieve participatie te bevorderen. Mijn stelregel in 2025 was dus: H; O; O; P!