
Er gaan veel plaatjes rond zoals deze. En iedereen knikt: veerkracht versterk je vooral door de vis schoon water te geven. Individuele mentale of fysieke training zou dan niet meer zijn dan een pleister.
Ik begrijp dat sentiment — maar voor mij is dit opnieuw een voorbeeld van Westers óf/óf-denken.
Natuurlijk helpt een training mentale kracht weinig als de omgeving onveilig is, de werkdruk te hoog en de cultuur giftig. Natuurlijk zijn systeeminterventies noodzakelijk.
Maar volgt daaruit dat het individu géén opties heeft?
Dat eigenaarschap niets meer waard is?
Dat je slechts slachtoffer bent van je omgeving?
In mijn ervaring is dat niet zo.
Juist in ongezonde omgevingen is het belangrijk om voor jezelf te zorgen. Ook als de vissenkom nog vies is.
Ik ga naar de gym. Ik mediteer. Ik bid. Ik doe elke dag iets aan mijn lichaam, mijn geest en mijn ziel. Niet omdat dat de hele oplossing is — maar omdat het mij stevig houdt in een omgeving die niet altijd gezond is.
Jezus leefde niet in een veilige omgeving. Mandela niet. Bonhoeffer niet. Hun kracht kwam niet uit perfecte omstandigheden, maar uit innerlijke bronnen. En die innerlijke bronnen zijn er niet zomaar. Daar moet je dagelijks wat voor doen.
Dus ja, werk aan systemen. Maak het water schoon. Maar bouw onderweg óók aan jezelf.
Ga de natuur in.
Doe iets met aandacht.
Creëer elke dag een moment van stilte, meditatie of contemplatie.
Doe yoga of een bodyscan.
Onderhoud je relaties.
Zorg voor je collega’s.
Versterk je verbeeldingskracht en gebruik die in gebed of intentie.
Het is geen óf de vis óf de vissenkom.
Het is én jezelf én de omgeving.
De plant én de aarde.