
“Bewegen hoort net zo goed in het rijtje basisvaardigheden als taal en rekenen. Bewegen is zelfs zó belangrijk dat ook taal en rekenen daarvan profiteren. Dat is mijn doel.” Aldus lector bewegen in en om school (HvA) Mirka Janssen bij de Nieuwe Wereld. Volgens haar – en velen met haar – is bewegen geen individuele luxe, maar een systeemvraagstuk.
Ik luister graag naar de podcast ‘De Nieuwe Wereld’. Met name als het gaat over filosofie en spiritualiteit. De geopolitieke uitzendingen ben ik wat minder enthousiast over. Ik hoor en lees graag het werk van host Ad Verbrugge. Maar deze keer had ik het gevoel dat het niet helemaal zijn onderwerp was. Gelukkig ving Mirka dat goed en sterk op. Met een helderheid die ik van haar gewend ben.
Ouders die kinderen massaal met de auto of bakfiets naar school brengen. Onderwijs wat vooral veel zitten is. Het is niet alleen een individuele verantwoordelijkheid. Maar ook een systeem vraagstuk. Onze maatschappij en ons onderwijs zijn ingericht op zitten en prestatiedruk, waardoor kinderen en volwassenen nauwelijks ruimte voelen om te bewegen. Zij pleit voor een collectieve omslag, waarin bewegen net zo vanzelfsprekend wordt als leren lezen of rekenen.
Het effect van zitten en niet bewegen is bekend: een belachelijk aantal mensen met overgewicht en alle ellende die daarmee samenhangt. En als je het dan toch economisch wilt uitdrukken: naast ziektekosten (wat dacht je van DM-2!) is het voor de productiviteit natuurlijk ook dodelijk. Al dat zitten en niet bewegen. En hoe kun je als tweede kamer goede beslissingen nemen als je uren en uren zit?! Intermitterend bewegen is essentieel ook voor heldere beslissingen en goed nadenken.
In de podcast vertelt Mirka over hoe het met de motorische vaardigheden van leerlingen is gesteld en wat de trends zijn. En dat als je minder goed kunt bewegen ook minder vaak mee gaat doen als kind. Minder gekozen kunt worden. Minder plezier in bewegen kunt krijgen.
En ook over de dynamische schooldag als een van de mogelijke interventies. Hieronder zie je alle onderwerpen. Maar eerst een korte kritische reflectie en drie reflectie vragen.
Kritische reflectie
De boodschap van Mirka Jansen is helder en overtuigend: bewegen hoort net zo goed in het rijtje basisvaardigheden als taal en rekenen. Haar oproep om van bewegen een vanzelfsprekend onderdeel van de schooldag te maken is krachtig en broodnodig. We weten immers dat te weinig bewegen direct samenhangt met fysieke en mentale problemen, en dat gewoontevorming op jonge leeftijd van onschatbare waarde is.
Tegelijkertijd roept dit belangrijke pedagogische vragen op. Hoe voorkomen we dat de schooldag zó gestructureerd wordt dat zelfs de pauzes uitsluitend in het teken staan van bewegen? Voor veel kinderen is kletsen, muziek maken of creatief bezig zijn net zo betekenisvol. De uitdaging is dus: hoe zorgen we dat bewegen ruimte krijgt zonder andere vormen van spel en expressie weg te drukken?
Ook de motorische testen verdienen een bredere blik. Hinkelen, stuiteren en balanceren geven waardevolle signalen, maar bewegen is méér dan een optelsom van losse vaardigheden. Het is ook relationeel: samen spelen, je lichaam leren kennen in contact met anderen, plezier en expressie ervaren. De vraag is: hoe kunnen we cijfers en testen gebruiken als hulpmiddel, zonder te vervallen in een reductionistische kijk op kinderen?
Mirka’s boodschap blijft voor mij overeind: bewegen is essentieel en verdient structurele aandacht. Maar juist door deze vragen mee te nemen, kunnen we het gesprek verdiepen en ervoor zorgen dat bewegen wordt ingebed in een brede visie op menszijn, leren en samenleven. Ik weet dat Mirka daar ook voor staat!
De school speelt onmiskenbaar een sleutelrol in het creëren van beweeggewoonten. Mirka benadrukt terecht: “Dat is een plek waar kinderen elke dag komen en ook alle kinderen komen.” Vanuit dat perspectief is het logisch dat scholen een motor zijn voor verandering.
Tegelijkertijd is er reden tot nuance. Moet de school werkelijk álles oplossen? De schooldag raakt al overladen met verwachtingen: cognitieve prestaties, burgerschap, sociale vaardigheden, en nu ook gezondheid en beweging. Het risico is dat we steeds meer verantwoordelijkheid bij de school neerleggen, terwijl ouders, gemeentes, sportverenigingen en de bredere samenleving óók in beeld moeten komen.
De kracht van Mirka’s boodschap is dat ze niet alleen over individuen spreekt, maar juist over systemen: “Het onderwijs leent zich gewoon voor zitten als norm en niet voor bewegen vanzelfsprekend. Dus daar moeten we echt gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen.” Dat betekent dat het niet eerlijk of effectief is om alleen de individuele leerling, leraar of school verantwoordelijk te maken. Beweging vraagt om een gedeeld eigenaarschap: ouders die kinderen lopend naar school laten gaan, werkgevers die beweging in de werkdag stimuleren, en gemeentes die veilige en uitnodigende omgevingen creëren.
Door die gezamenlijke verantwoordelijkheid centraal te zetten, voorkomen we dat de school een panacee moet zijn voor alle maatschappelijke problemen, en houden we de boodschap toch overeind: bewegen is essentieel – maar het is een opdracht voor ons allemaal.
Reflectie vragen
Voor scholen
- Hoeveel ruimte bieden wij in ons rooster en onze leeromgeving om bewegen een vanzelfsprekend onderdeel van de schooldag te maken?
- Wat zouden we morgen al kunnen doen om van “zitten is de norm” naar “bewegen is de norm” te verschuiven?
- Hoe zorgen we dat álle kinderen (dus ook de minst sportieve of motorisch zwakke) succeservaringen opdoen in bewegen?
Voor ouders
- Welke dagelijkse beweegmomenten neem ik mijn kind misschien onbewust af (bijvoorbeeld door gemak of haast), en hoe kan ik die teruggeven?
- Hoe kan ik thuis laten zien dat bewegen net zo vanzelfsprekend en waardevol is als leren lezen of rekenen?
- Welke afspraken of gewoontes kan ik samen met andere ouders maken om meer beweging in het leven van onze kinderen te brengen?
Onderwerpen in de podcast
- Overgewicht en inactiviteit als maatschappelijk probleem – Toename obesitas en prognoses (67% overgewicht). – Inactiviteit wereldwijd net zo dodelijk als roken.
- Beweegnormen en cijfers bij kinderen – Richtlijn: 1 uur per dag bewegen. – Slechts 25% van de kinderen in Amsterdam haalt dit.
- Technologie en gemak – Elektrische fiets, smartphones, schermgebruik → minder beweging.
- Ouders en veiligheid – Ouders brengen kinderen met auto/bakfiets naar school. – Veranderde perceptie van veiligheid in de wijk. – Verdwenen beweegmomenten (tussenschoolse opvang).
- Onderwijs als sleutelplek – Scholen als centrale plek om bewegen vanzelfsprekend te maken. – Gewoontevorming vanaf jonge leeftijd.
- Internationale voorbeelden – Parijs: autovrije straten om ruimte te maken voor bewegen. – Japan: dagelijks samen bewegen op het werk.
- Motorische achterstanden bij kinderen – 20% van zesjarigen heeft motorische achterstand. – Voorbeelden: balanceren, hinkelen, balstuiten.
- Effect van corona op beweeggedrag – Geen structurele verslechtering, wel variaties.
- De dynamische schooldag – Richtlijn: elke 30 minuten minimaal 3 minuten bewegen. – Beweging als tussendoortje of energizer. – Positieve effecten: minder storend gedrag, beter leren.
- Rol van de mobiele telefoon – Belemmering voor bewegen, vooral in voortgezet onderwijs. – Voorbeeld: 25.000 ouders die sociale media tot 15 jaar weren.
- Bewegen op het werk – Wandelend overleg, lunchen met een ommetje. – Probleem: zit-staatbureaus worden nauwelijks gebruikt. – Gebrek aan stimulans van leidinggevenden.
- Gemeentes en samenwerkingen – Voorbeeld Amsterdam: alliantie tussen gemeente, schoolbesturen en HvA. – Ook moeders worden via school bereikt.
- Sociaal-economische verschillen – Minder bewegen in bepaalde stadsdelen (Nieuw-West, Noord, Zuidoost).
- Preventie en gezondheidszorg – Laagdrempelige vormen van bewegen (wandelen, traplopen). – Grote uitdaging: zorgvraag verminderen door preventie.
- Individuele en collectieve verantwoordelijkheid – Rol van de leraar, ouders, werkgevers. – Niet alles bij het individu leggen: systemen moeten meebewegen.
- Afsluiting – Bewegen als basisvaardigheid naast taal, rekenen en burgerschap. – “Bewegen hoort net zo goed in het rijtje basisvaardigheden als taal en rekenen.”
De podcast
Artikelen