ALO Kennis-Bite #3: Motorisch leren – (Anti ) Representationele theorieën.

Een tijd geleden nam ik een podcast op met Dr. John van der Kamp over motorisch leren. Ik denk dat ons gesprek een hoop inzicht geeft aan docenten bewegingsonderwijs over motorisch leren. Als docent wil je gewoon goede aanwijzingen en feedback geven. En dan hoor je over Expliciet vs. impliciet leren, interne en externe focus aanwijzingen, constraints-led approach, dynamische systemen, TGfU, feedbackvormen, schema-theorie, representatie vs. anti-representatie. Ik was de weg even kwijt en ben maar op bezoek gegaan bij een geleerde wetenschapper die het wel snapt. Zijn naam is Dr. John van der Kamp. Hij werkt aan de Vrije Universiteit van Amsterdam en weet heel veel van motorisch leren.

Omdat jij en en ik niet veel tijd hebben behandelen we vandaag maar even 1 onderwerp.

Representatie en anti-representationeel motorisch leren

Laten we eerst naar een video uitleg kijken van Dr. John van der Kamp:

Hier hoor je een vervolg:

Samenvating in makkelijke woorden

1. Representatie-benadering

👉 Je hoofd weet eerst hoe de beweging moet.
👉 In je hoofd zit als het ware een “plan” of “programma” van de beweging.
👉 Je lichaam voert uit wat je hoofd heeft bedacht.

Je leert dus vooral door: uitleg, regels, stappenplannen, nadoen, corrigeren.

Voorbeeld in de gymles

Je geeft basketbal lay-up aan 1e klas VO. Jij zegt: “Eerst rechts-links, dan sprong, dan tegen het bord.” Je doet het voor. Leerlingen proberen dit stap voor stap na te doen. Jij corrigeert: “Je laatste pas moet langer.” Hier leren ze door het plan te volgen dat jij geeft.

2. Anti-representatie-benadering :

👉 Je hoeft niet eerst te bedenken hoe het moet.
👉 Je leert door te doen, door de omgeving te gebruiken.
👉 Het lichaam past zich automatisch aan wat er gebeurt.
👉 Je vindt oplossingen door te proberen en variëren.

Je leert vooral door: spelvormen, situaties, variatie, uitdagingen, ontdekken. Als LO docent maak je de omgeving zo dat leerlingen bepaald gedrag kan vertonen om de beweeguitdagingen op te lossen.

Voorbeeld in de gymles

Je leert springen over een kast. In plaats van een techniek-uitleg:

Je zet verschillende hoogtes neer.

Je tekent een stip waar handen mogen landen.

Je zegt: “Kijk wat werkt om eroverheen te komen.”

Sommige leerlingen nemen een aanloop, anderen klimmen, anderen draaien.

Hier leren ze door te proberen in de situatie, zonder dat jij zegt hoe het precies moet.

Belangrijk!!!

Als je de hele podcas zou luisteren dan zegt John dit:” “…er is geen bewijs dat één van die theorieën altijd beter werkt…
…het hangt af van de taak, de context, de druk en de leerling.”

“ik denk dat het een misverstand is om te veronderstellen dat in die anti-representation benadering cognitie of denkprocessen geen rol spelen…” “…ze spelen op een andere manier een rol dan in de representatie benadering.”