
Geïnspireerd door de bestseller Een levensregel voor beginners, van Wil Derkse, probeer ik deze drie pijlers dagelijks toe te passen. Op mijn geheel eigen manier. De drie regels zijn die van de stabilitas (te vertalen als: niet weglopen van dat waaraan je je hebt verbonden en wat hier en nu een appèl op je doet), de conversatio morum (te vertalen als: het permanent en dagelijks opnieuw op te pakken proces om je houding en levensstijl stukje bij beetje te verbeteren) en de obedientia (te vertalen als: de kunst van het aandachtige luisteren en van harte en daadwerkelijk respons geven).
Stabilitas heeft een speciaal plekje bij mij als het gaat over ‘er bij blijven’. Vooral in vriendschappen en de liefde. Erbij blijven , ook als het moeilijk wordt. In verbinding blijven als je eigenlijk de verbinding wilt verbreken.
Benedictijns leven: leven uit één stuk
De drie kwaliteitsregels van stabilitas, conversio en obedientia vormen een eenheid van met elkaar. Je kunt niet echt groeien of verbeteren (conversio), en ook niet goed luisteren en reageren op wat er van je gevraagd wordt (obedientia), zonder een dagelijks en soms taai volhouden (stabilitas). Dat lukt alleen als je van harte ‘ja’ hebt gezegd tegen de uitnodiging om je leven te veranderen – ook al gaat dat met vallen en opstaan.
Derkse zegt het mooi:”Benedictijns leven is letterlijk eenvoudig, in de zin van niet-ingewikkeld. Het is tegelijk zeer moeilijk en zeer gemakkelijk. De moeilijkheid heeft te maken met het volhouden van de aandacht en het commitment, met de stabilitas. Het gemakkelijke heeft te maken met het feit dat we er gewoon aan kunnen beginnen, waar we ook zijn, in kleine, nabije dingen, en wel elke dag opnieuw. Er zijn zoveel mogelijkheden voor transformatie dichtbij, voor kleine kwaliteitsimpulsen, voor het bijhouden met kleine stapjes verbeteringen van jezelf en van je (werk)omgeving. “
Er zijn geen levels, niks te bereiken. Deze vorm van spiritualiteit kun je niet te bezitten of ‘hebben’ is (zoals een eerste, tweede of zelfs tiende inzicht in De Celestijnse Belofte). Het zijn een aantal voorstellen waaraan elke dag gewerkt kan worden.
Ik vindt het aantrekkelijk dat de benedictijnse spiritualiteit zich zo uitgesproken richt op wat ons hier en nu, op dit moment te doen staat. Ze is niet gericht op verre en hoge idealen, alleen te bereiken door spirituele grootmeesters. Het heilige is voor haar het gewone; haar ascese is niet gericht op verheven ervaringen, maar op de alledaagse toewijding aan kwaliteitsverbetering.
Ik ben het eens met Rizoomes die zegt: “Eerlijk gezegd denk ik dat dit soort literatuur voor managers belangrijker is dan de zoveelste hype van één of andere goeroe dan wel consultant te volgen.In die zin volg ik de redenatie van Taleb, dat alles wat zo lang overleefd heeft wel kwaliteit moet bezitten.”