Is mijn spirituele beoefening een escape?

Is mijn meditatie en andere spirituele oefenpraktijken een escape? Waar kan ik op letten?

Mijn favoriete auteur Thomas Moore (was ooit monnik, later jungiaans psychotherapeut en auteur van ‘Care of the Soul’) triggerde mij in een podcast waarin hij dit zegt:

Yes, I think that this is where I might be a bit critical of the spirit. I feel that, as much as I am engaged in the spiritual life and want to teach it and read about it all the time—I feel that oftentimes it is an escape.

Verderop geeft hij aan dat spirituele oefening juist heel aards kan zijn. Net zoals bij de Benedictijnen zie ik nu. Bidden en werken zijn een. Net zoals in Zen waarbij men zegt: voor de verlichting hout hakken, na de verlichting hout hakken.

Is mijn beoefening een escape? Of ten volle in en door het leven?