
Mijn laatste blog over dit indrukwekkende proefschrift. Ik bespreek eerst wat je als IBT docent met dit onderzoek kunt.
✅ Daarna biedt ik twee sterke theorieën aan die aansluiten op het proefschrift. Die je kunt bestuderen en toepassen om ‘representatieve scenario trainingen’ te verzorgen.
✅Vervolgens drie parels uit het onderzoek:
– Parel 1: Hoe een IBT-docent met drie coachingmechanismen mentale veerkracht laat groeien.
– Parel 2: Stress op en afschalen in de IBT training
– Parel 3: principes van scenario training
✅We eindigen met het IBT Dilemma: alledaagse of uitzonderlijke situaties trainen?
Waarschuwing: lees het boek zelf want er staat veel meer in dan in een blog past! Het proefschrift is het resultaat van ontzettend veel werk vanuit enorme betrokkenheid. En is goudmijn van inzichten en bevindingen. Veel meer dan ik in deze IBT snacks beschrijf.
✅Korte samenvatting
Hoofdstuk 4 zoomt in op de kern van IBT-training: realisme, transfer, frequentie en retentie. Bekende begrippen. De uitdaging is ze concreet te maken. In het hoofdstuk mooie inzichten en handvaten over stress en scenario’s, drie mechanismen waarmee docenten mentale veerkracht versterken, én de onderliggende principes van scenario-training.
Hoofdstuk 11 gaat hier mee verder. Reality-Based Training (RBT) wordt gepresenteerd als dé methode om politie en militairen voor te bereiden door in een veilige maar realistische omgeving representatieve problemen, oplossingen en stressoren aan te bieden, en vormt zo de basis voor transfer en retentie van vaardigheden.
✅Wat kan IBT hiermee?
Er staat zoveel in dit proefschrift dat je misschien niet meer weet waar te beginnen! Mijn advies: haal niet gelijk de hele training overhoop maar ga voor het ‘Smallest change, biggest difference principle’. Wat kun je morgen direct toepassen om de IBT training 1% beter te maken?
Natuurlijk is frequenter trainen beter voor onderhoud van vaardigheden en dat lees je ook in het proefschrift. Maar daar heb je al IBT docent geen invloed op. Zo is dat voor veel zaken.
Zo is op de lange termijn een interleaving IBT dag effectiever voor retentie en transfer dan bloktraining. Maar dan moet dat qua rooster en accommodatie ook kunnen. En toch kun je als IBT docent alvast een beetje interleaving toepassen binnen je beperkingen. Bijvoorbeeld door Micro-interleaving binnen elk blok. ‘Smallest change, biggest difference principle’.
✅Boodschap
Wat mij betreft is de kernboodschap dat er een groot verschil is tussen (IBT) training en de werkelijkheid. Zie voor de details de eerdere besprekingen van het onderzoek en begin bij (https://www.erikheinacademy.com/2025/08/ibt-snacks-1/).
Nu is dat heel gebruikelijk: training is per definitie niet gelijk aan de ‘wedstrijd’. Je kunt ook niet volledig realistisch trainen, dat snapt iedereen. Wendy stelt voor om in een veilige maar realistische omgeving representatieve problemen, oplossingen en stressoren aan te bieden, die de basis vormen voor transfer en retentie van vaardigheden.
Maar hoe doe je dat als IBT docent? Hoe ziet een representatieve training met representatieve problemen, oplossingen en stressoren er concreet uit? Wat is ‘geloofwaardig trainen’? Ik ken deze concepten uit de zogenaamde ecologisch-dynamische benadering. Ze zijn in de IBT bekend gemaakt door Duitse onderzoekers en met name Mario Staller. In de USA is het nu een zeer populaire benadering in politie training. Als je tijd hebt en leergierig bent kun je een podcast hierover kijken genaamd ‘Gun Sparring’ (https://youtu.be/SUmPX2XYZXU?si=049PxTweWuvVbb0S).
✅Van Realistisch naar Representatief
De ecologisch-dynamische benadering ziet menselijk gedrag en leren als het resultaat van een voortdurende wisselwerking tussen individu, taak en omgeving. In plaats van vaardigheden los te trainen, staat centraal hoe een agent of sporter zich aanpast aan steeds wisselende omstandigheden.
- Individu: ieders fysieke, mentale en emotionele mogelijkheden.
- Taak: de specifieke opdracht of uitdaging die opgelost moet worden.
- Omgeving: de context, inclusief sociale druk, fysieke setting en stressoren.
👉 Het idee is dat effectieve training niet gaat om vaste “trucjes”, maar om het leren aanpassen en reguleren in realistische, vaak chaotische situaties. Daardoor wordt gedrag flexibeler, authentieker en beter overdraagbaar naar de praktijk.
👉 Een scenario hoeft niet precies op de echte wereld te lijken om effectief te zijn.
Het belangrijkste is dat het geloofwaardig genoeg is om echt agentengedrag uit te lokken, maar ook algemeen genoeg zodat het toepasbaar blijft in allerlei situaties.
Daarom spreken onderzoekers liever over representatieve training in plaats van puur “realistische” training.
Dat betekent:
Scenario’s moeten de druk en stress oproepen die agenten in kritieke situaties ervaren.
Een goed scenario bevat meerdere vormen van fidelity:
– fysiologisch (lichaamsreacties, spanning),
– fysiek (omgeving, tegenstander),
– psychologisch (gevoel van urgentie/dilemma).
Elk incident is uniek, maar er zijn patronen die steeds terugkomen; die patronen moeten terugkomen in de training.
Meer info?
Er is heel veel geschreven over de ecologisch-dynamische benadering voor IBT training. Ook zijn er veel podcast hierover om je in te verdiepen.
✅Scenario Based Training
Een zelfde soort benadering zie je nu in de UK. Daar is Scenario Based Training de standaard geworden. Op basis van onderzoek van Prof. Chris Cushion. Hij ziet scenario-based training als een pedagogische verschuiving waarin je niet eerst technieken repeteert en daarna test, maar vanaf het begin oefent in levensechte, complexe situaties—waardoor perceptie, besluitvorming en handelen organisch samenkomen. De hele IBT dag is dus een scenario vanuit waar de deelnemers leren en oefenen. Dit is wat anders dan een blok scenario training!
Professor Chris Cushion pleit voor een fundamentele koerswijziging in politie- en veiligheidstraining. Hij wijst op het traditionele model dat vaardigheden geïsoleerd en lineair aanleert (oefenen per techniek), gevolgd door scenario’s als toetsmoment—en noemt dit onproductief en onvoldoende realistisch.
In plaats daarvan stelt hij voor om whole-task scenario’s te gebruiken: trainingsinhoud moet vanaf het begin bestaan uit realistische, complexe situaties die denken, handelen en context samenbrengen—bijvoorbeeld van een radio-oproep tot casusafhandeling.
Deze aanpak vereist dat trainers niet enkel techniek bijbrengen, maar leren ontwerpen vanuit concept, tactiek en strategie, ondersteund door scenario’s die aansluiten op de werkelijkheid van het politiewerk. Zie hier meer informatie:
✅Parels uit het proefschrift
Parel 1: Hoe een IBT-docent met drie coachingmechanismen mentale veerkracht laat groeien.
Wendy verwijst naar drie brede mechanismen uit het proefschrift van Keegelaers (2019). Deze worden in de tekst aangeduid als ‘broad mechanisms to foster mental resilience’. Dit zijn:

Interpersoonlijke vaardigheden ( “connect before correct”)
De kwaliteit van de docent-deelnemer relatie is cruciaal: open communicatie, oprechte zorg, vertrouwen en respect creëren psychologische veiligheid en sociale steun vormen de basis voor effectief coachgedrag en het ontwikkelen van veerkracht.
Coachingsfilosofie
De overtuigingen en waarden van de coach/IBT docent sturen het handelen. Een filosofie die optimisme, persoonlijke verantwoordelijkheid, leren van ervaringen en brede persoonsontwikkeling benadrukt, ondersteunt de opbouw van veerkrachtige kwaliteiten.
Specifieke strategieën
Gebruik didactisch-methodisch sterke methoden. Zoals stress exposure training, scenario based training principes en bijvoorbeeld de opleidingsladder en het didactisch model IBT. Dit versterkt de motivatie, reflectie en taakgerichte coping van deelnemers. En vergroten zo de capaciteit van deelnemers om positief met stress en tegenslag om te gaan.
Parel 2: Stress op en afschalen in de IBT training
In haar proefschrift komt stress exposure training sterk aan de orde. Met mooie overzichtelijke tabellen (lees die maar in het boek!). 🎯 Er worden twee soorten stress onderscheiden:
- Danger at work: realistische gevaren in het scenario (bv. agressieve tegenstander, aanwezigheid van wapens, vuurwapengevaar).
- Training stimuli: prikkels die de trainer bewust toevoegt om stress te verhogen.
Dit onderscheid helpt trainers om stress gericht te doseren in plaats van alles tegelijk in te bouwen.
Doseringsprincipes
👉Te weinig stress: onvoldoende voorbereiding, weinig transfer.
👉Te veel stress of te snel: kans op training scars, freeze of zelfs PTSS.
👉Graduele opbouw: stress moet stapsgewijs worden verhoogd om veerkracht op te bouwen (stress inoculation training).
👉Afstemmen op individu: de juiste hoeveelheid stress is afhankelijk van de status, ervaring en leerdoelen van de trainee.
Timing
Stress kan in alle drie fasen van een scenario worden ingebouwd:
- Pre-incident (bijv. onduidelijke briefing, priming).
- Actiefase (bijv. agressieve tegenspeler, tijdsdruk, pijnprikkel).
- Post-incident (bijv. peer feedback of onverwachte afloop).
Veiligheidsvoorwaarden
👉Scenario’s moeten fysiek en psychologisch veilig zijn: “Nobody dies in training.”
👉Fouten en emoties moeten binnen de training blijven en niet als roddel of beschaming worden gedeeld.
👉Een vertrouwensband trainer–trainee is essentieel om stress toe te voegen zonder de veiligheid te verliezen.
Stress draai knoppen
Hoofdstuk 4 geeft een lijst van concrete middelen die trainers kunnen inzetten om stress te verhogen of variëren:
👉Geen stimuli – scenario zonder extra stress, geschikt om nieuwe vaardigheden te leren.
👉Time/tempo factors – minder tijd geven, tempo opvoeren.
👉Incomplete information/disinformation – informatie weglaten of tegenstrijdig maken.
👉Unpredictable reinforcement – onverwachte uitkomsten of wendingen inbouwen.
👉Priming door trainer – subtiel sturen van mindset of verwachtingen van de trainee (A-stijl: stress reduceren, B-stijl: stress autonoom laten reguleren, C-stijl: stress bewust verhogen).
👉Social pressure – druk van peers of groepsgenoten laten meewegen.
👉Pain stimuli – munitie of vesten die pijnprikkels geven wanneer de trainee geraakt wordt.
Parel 3: principes van scenario training
In hoofdstuk 4 gaat Wendy in op de onderliggende principes van scenario training. Ik citeer er enkele want ik wil graag dat je het boek zelf gaat lezen:
“The underlying principles of scenario training include integrating procedural, cognitive, tactical, mental, and social skills: A simulation should appeal to all skills and should offer the opportunity to train the sequential and simultaneous use of those skills (Bennell & Jones, 2005).”
Lees de zin goed. Wat ga je hier mee doen in je volgende IBT les?
Andere principes
A second set of underlying principles is the importance of feedback: Trainees should be encouraged to receive intensive feedback on their simulation performance. The form of this feedback, via media, peer learning, or otherwise, depends on personal learning preferences and departmental policy (Bennell & Jones, 2005).
A third set of principles revolves around repetition. Repetition is a crucial factor for the retention of learning outcomes: By repeatedly training on scenarios under conditions similar to those in critical situations, trainees are prepared to maintain effective behavior and perform under stressful conditions (Tichon & Wallis, 2010).
Hmmm, dit is een interessante! Herhalingen maken dus. In het scenario of in het trainingsjaar? Los daarvan: ik ben voor herhalen maar niet alleen maar voor ‘doen’. Het gaat namelijk ook om ‘begrijpen’. Om inzicht. En daarvoor is naast doen ook reflectie nodig. Zie ook mijn blog over het probleem van doeners (https://www.erikheinacademy.com/2021/08/het-probleem-van-doeners/).
✅IBT Dilemma: alledaagse of uitzonderlijke situaties trainen?
Ook bij de verdediging van haar proefschrift vroeg een opponent haar: als je traint voor het worst case scenario ben je dan niet ook gereed voor de minder impactvolle situaties? En sommige IBT docenten zeggen mij dat je juist bij IBT even de mogelijkheid hebt om situaties te oefenen die weinig voorkomen. Maar als ze voorkomen een grote impact hebben. Puur rationeel kun je zeggen: er wordt op het totaal van politie interacties vrijwel nooit geschoten. Dus kun je schieten ook weglaten uit de IBT omdat het weinig tot niet voorkomt. En dus niet representatief is. Wat vindt je van deze redenatie?
Waar in het onderstaande vierkant wil je tijd aan besteden in de paar keer per jaar? Een vraag die je ook kunt stellen is : Welke situaties kunnen grote gevolgen hebben maar kun je alleen trainen omdat ze bijna niet voorkomen. Omgekeerd: waarom veel tijd steken in situaties die bijna niet voorkomen?

Een creatieve gedachte die in mij opkomt is deze verdeling bij 4 keer per jaar IBT:
Train de basis uitzonderlijk goed (Dorrestijn)
– Besteed het grootste deel van je tijd aan wat agenten altijd tegenkomen: communicatie, risicotaxatie, arrestatie onder weerstand, samenwerking. Liefst in competenties (kennen, kunnen, mindset) die grote transfer hebben naar zeldzame situaties.
Integreer uitzonderingen in representatieve scenario’s
– Je hoeft “extreem geweld” niet apart te oefenen in elk blok. Je kunt in een scenario basis + extreme prikkel combineren.
Houd ruimte voor toetsing & verplichte onderdelen
– Plan die slim in: gebruik toetsen ook als leermoment, niet alleen als afvinklijst. In het onderwijs doen we steeds meer aan formatieve toetsing waar deelnemers erg veel van leren!
Werk met een matrix (frequentie × impact)
– zodat je zicht houdt of je curriculum in balans is.
Elke minuut training is schaars, dus keuzes moeten gebaseerd zijn op risico en rendement. Uiterst zeldzame scenario’s verdienen aandacht, maar niet ten koste van de routinevaardigheden die dagelijks nodig zijn. Trainingstijd schiet vaak tekort, waardoor prioriteren noodzakelijk is. Ook kun je denken aan differentiatie per eenheid: scenario’s moeten aansluiten bij de lokale realiteit, zodat de training direct herkenbaar en relevant is.
Ik proef in het onderzoek van Wendy dat ze pleit voor minder extreme situaties en meer alledaagse situaties. Liefst op basis van data uit het werkveld. Het zou mooi zijn als de principes, vaardigheden en procedures uit de alledaagse vaardigheden een transfer hebben naar de meer complexe situaties.
Ik heb genoten en geleerd van dit proefschrift en er staan nog vele andere inzichten in! Voor nu, voor de IBT docent: wat is de kleinste verandering met de meeste impact die je in de volgende training kunt maken?
En tot slot de vraag, op basis van het onderzoek: sluit jou IBT les aan op de praktijk van de politie man of vrouw?
Meerkeuzevragen voor de IBT docent
1. Wat is volgens het proefschrift de kern van IBT-training?
A. Uitsluitend techniekherhaling en toetsing
B. Realisme, transfer, frequentie en retentie
C. Schietvaardigheid en stressbestendigheid
D. Het oefenen van zeldzame maar risicovolle scenario’s
2. Wat wordt bedoeld met het principe “Smallest change, biggest difference”?
A. Dat je de hele IBT-training in één keer moet vernieuwen
B. Dat kleine, haalbare verbeteringen grote impact kunnen hebben
C. Dat alleen grootschalige veranderingen zinvol zijn
D. Dat een IBT-docent geen invloed heeft op de kwaliteit van training
3. Welke drie brede coachingmechanismen versterken volgens Keegelaers (2019) mentale veerkracht bij trainees?
A. Discipline, feedback en beloning
B. Interpersoonlijke vaardigheden, coachingsfilosofie en specifieke strategieën
C. Techniekherhaling, fysieke fitheid en mentale weerbaarheid
D. Simulatieoefeningen, interleaving en scenario-based learning
4. Wat is een risico van te veel of te snel stress toevoegen in een IBT-scenario?
A. Hogere motivatie en snellere leercurve
B. Training scars, freeze of zelfs PTSS
C. Verhoogde retentie en transfer
D. Meer focus op samenwerking
5. Volgens de ecologisch-dynamische benadering is effectieve training vooral gericht op:
A. Het herhalen van losse technieken
B. Het aanpassen en reguleren in wisselende omstandigheden
C. Het exact nabootsen van de werkelijkheid
D. Het oefenen van de meest voorkomende routinehandelingen
6. Welke drie vormen van ‘fidelity’ moeten scenario’s bevatten om representatief te zijn?
A. Technisch, didactisch en methodisch
B. Cognitief, emotioneel en sociaal
C. Fysiologisch, fysiek en psychologisch
D. Operationeel, tactisch en strategisch
7. Wat is een belangrijk verschil tussen traditioneel trainen en Scenario Based Training (SBT) volgens Chris Cushion?
A. Traditioneel: focus op skills in isolatie; SBT: leren vanuit whole-task scenario’s
B. Traditioneel: nadruk op mentale veerkracht; SBT: nadruk op fysieke fitheid
C. Traditioneel: scenario’s aan het begin; SBT: scenario’s pas aan het eind
D. Traditioneel: contextgericht; SBT: techniekgericht
8. Welke drie kernprincipes van scenario-training noemt Wendy (o.a. Bennell & Jones, 2005)?
A. Integratie van vaardigheden, feedback, en herhaling
B. Stress inoculation, interleaving en toetsing
C. Mentale veerkracht, fysieke fitheid en motivatie
D. Realisme, routine en risicobeheersing
9. Wat is het belangrijkste IBT-dilemma dat in de blog wordt besproken?
A. Individueel trainen of in groepen trainen
B. Fysieke fitheid of mentale veerkracht ontwikkelen
C. Alledaagse of uitzonderlijke situaties trainen
D. Techniek of scenario’s centraal stellen
10. Wat adviseert Erik als praktische insteek voor IBT-docenten die met dit proefschrift aan de slag willen?
A. Focus vooral op uitzonderlijke situaties zoals vuurwapengebruik
B. Start klein: kies één concrete verbetering per training
C. Volledig overstappen op Scenario Based Training
D. De training vooral richten op frequentie, ongeacht inhoud