
“The data showed that the observed training scenarios revolved around the final frame, effectively forcing officers’ split-second decisions”. Dit is mijn persoonlijke lezing van het proefschrift van Wendy Dorrestijn. Lees het boek vooral zelf want er staat veel meer in dan ik in een blog kan beschrijven.
Een tweede citaat: ” Depriving officers of the pre-incident phase also deprives them of the opportunity to enhance their awareness, observation skills, and decision-making skills, all crucial to their profession. Skipping or rushing the pre-incident phase teaches officers that “shit happens” and that they are subjected to the events in the incident, while reality reveals that officers can, and should be, trained to influence and control more events than those for which scenario training gives them credit. This study shows that the split-second syndrome persists and, as a consequence, remains relevant”.
Hoe ik dit lees:
Wanneer trainers de pré-incidentfase overslaan of afraffelen, ontnemen zij agenten een cruciale leerkans. Juist in deze fase ontwikkelen agenten hun situational awareness, scherpen ze hun observatievaardigheden aan en oefenen ze met besluitvorming. Door die stap over te slaan, leren agenten impliciet dat “shit happens” en dat ze slechts speelbal zijn van de gebeurtenissen. De werkelijkheid laat echter zien dat zij wél invloed kunnen uitoefenen op de loop van situaties. Training moet daarom niet alleen draaien om de laatste fracties van een incident, maar juist ook om de voorbereiding en de keuzes die daaraan voorafgaan.
Voor trainers betekent dit dat zij in ieder scenario bewust ruimte moeten maken voor de pré-incidentfase. Dat begint met een duidelijke opdracht waarin de agent tijd en prikkels krijgt om na te denken, scenario’s mentaal door te spelen en stressregulatie toe te passen. Vervolgens kan geoefend worden met observatie en besluitvorming nog vóór het eerste contactmoment. Op die manier leren agenten dat professioneel handelen niet begint bij de knal, maar bij de voorbereiding. Het doorbreken van het hardnekkige split-second-syndroom vraagt dus om scenario’s die agenten laten ervaren dat hun invloed veel eerder begint dan het moment van direct gevaar.
Reflectie in training en praktijk
Slechts in ongeveer een derde van de gevallen (zowel in de praktijk als in training) evalueren agenten hun optreden, waardoor leren en ontwikkelen – zowel individueel als organisatorisch – sterk wordt belemmerd.
“Although research has shown that reflection is essential for learning from incidents, and both organizations claim to strive to be learning organizations, reflection on the action is not embedded in the current process. According to the self-reports, only in 34.4% (reality) and 37.8% (training) of incidents and scenarios did officers evaluate their performance after the action. If officers are not stimulated and taught how to reflect on their behavior and actions during training situations – and crucially, that reflection should be a natural part of police behavior – after actual incidents, officers will likely not reflect on their actions, behavior, or decisions. Collectively not evaluating and learning from incidents on an individual level in the short term will hinder the organization’s development in the long term.”
De vraag is vervolgens: hoe en wanneer reflecteer je en waarop? Binnen mijn werk met de acute zorg gebruiken we effectieve modellen zoals PEARLS of de Rapid Cycle Deliberate Practice (RCDP). De VU heeft onderzoek gedaan naar After Action Reviews bij de politie.
Belangrijk is onderscheid te maken tussen evalueren en reflecteren. Waarbij de latere veel meer de diepte in gaat en vooral ook persoonlijke dimensies meeneemt. Met name ook overtuigingen. Korthagen is wat mij betreft het beste model hiervoor. En leuk om te doen.
Zie ook deze interessante discussie over debriefen versus evalueren:
Persoonskenmerken en groene en rode vlaggen
Persoonlijke kenmerken van agenten beïnvloeden hun gedrag in trainingen en incidenten. Deze studie onderscheidt “groene vlaggen” (mentale weerbaarheid, eigenaarschap, openstaan voor feedback, zelfeffectiviteit) en “rode vlaggen” (externe attributie, angst). Fysieke en mentale fitheid blijken cruciaal en samenhangend: drie keer per week sporten leidt tot betere scores.
Twee rode vlaggen zijn externe attributie en angst. De laatste is geen verrassing maar wel cruciaal er zo snel mogelijk zicht op te krijgen. Ik denk dat er aanwijzingen zijn dat angst wel degelijk in iets positievere richting is om te buigen. Door goede training en versterken van competentie, autonomie en verbinding (ABC Zelfdeterminatie theorie).
Extern attributie is een verrassende en heel benieuwd wat Wendy hierover te vertellen heeft!
Training beyond the split second: Mimicking reality in training
Een mooie paragraaf, dit is wat ik er in lees:
Focus op psychologische geloofwaardigheid – Niet de hyperrealistische decors of dure faciliteiten maken een scenario goed, maar of het de juiste mentale en emotionele respons oproept bij de functionaris. Investeer dus in goed tegenspel (acteurs, trainers) en realistische interacties.
Train in drie fasen – Zorg dat scenario’s altijd de pré-incidentfase (opdracht, mentale voorbereiding), de actie (handelen) én de post-incidentfase (reflectie/nabespreking) bevatten. Dit vergroot leereffect en transfer.
Vind balans tussen specifiek en generiek – Vermijd dat scenario’s té gedetailleerd en context-specifiek zijn (waardoor flexibiliteit verloren gaat), maar ook niet te vaag (waardoor herkenning en besluitvorming niet geoefend worden). Kies scenario’s die zowel herkenbaar als overdraagbaar zijn.
Bevorder adaptief vermogen – Het doel van scenariotraining is niet alleen het trainen van een specifieke situatie, maar het versterken van het aanpassingsvermogen van de professional in wisselende omstandigheden.
Kortom: trainen is niet naspelen van realiteit, maar het scheppen van condities waarin professionals leren denken, voelen en handelen zoals de praktijk van hen vraagt.
Fit for Duty
Ja, dit weten we natuurlijk. Wel goed om vooral studenten mee te geven.
“Becoming and staying physically and mentally fit is an officer’s responsibility. Following an ownership mindset, ideally officers should exercise three times a week, preferably practicing sports that contribute to their performance during police action. Any substantial sport that is in their interest is better than no sport at all. Officers must realize that it is in their interest to stay fit for the job. Since both mental and physical fitness is easier to maintain than regain, officers should adopt a consistent training and health regime early in their careers and intervene as soon as they feel themselves straying from their required fitness level.”
Train in drie fasen
Politieoptreden kent drie fasen (pré-incident, actie, post-incident), en scenariotraining moet diezelfde driedeling volgen. Zo sluit training beter aan bij de werkelijkheid en versnelt het leerproces.
Citaat: “The recommendation is to train scenarios in three phases, similar to how police action occurs, attending to crucial pre-action officer behavior, such as scenario thinking.
Police action occurs in three phases (pre-incident phase, action phase, and post-incident phase). Further, officers’ behavior is often consistent throughout these phases in both training and action.
The literature shows that the learning process of officers accelerates when scenarios are offered in three phases (similar to the phases in reality), with an assignment, the action, and an after-action review as a moment to reflect.
The pre-incident phase in training, when the officer receives the assignment, is cognitive – a mental rehearsal of the scenario, a practice in stress regulation and scenario thinking.
In the action phase, the officers can show their entire skillset, practice new skills, and experiment with behavior and interaction with suspects.
In the post-incident phase, the officers reflect on their behavior using after-action review, with the primary goal to learn from successes and mistakes and improve performance.”