
IBT docenten weten al lang dat schieten op de schietbaan niet de beste training is voor vuurwapen gebruik op straat. Onderzoek van Zachary Lair en Daniel Cooper laat zien dat training met realistische, relevante dreigingssituaties dit prestatieverlies kan compenseren.
Ik vertaal dat praktisch naar: minder schietbaan, meer scenario (met e.v.t sim).
De onderzoeksvraag van de studie was om te onderzoeken hoe verhoogde psychologische druk (stress) de prestaties in schietsituaties beïnvloedt, met name de relatie tussen druk en schietvaardigheid (marksmanship) en besluitvorming tijdens „Use of Force“ (UOF)-scenario’s.
Het betreft hier een meta-analyse en systematische review. Daar bekijken ze een groot aantal studies die eerder gedaan zijn en vatten deze samen zeg maar.
Daarnaast werd gekeken naar de effectiviteit van verschillende trainingsmethoden, vooral of vroege blootstelling aan contextueel relevante dreiging en stress de prestaties verbetert en de overdracht van training naar de praktijk bevordert.
Kortom, men wilde weten hoe druk van invloed is op schietvaardigheid en beslissingen onder stress, en welke trainingsinterventies dit kunnen verminderen.
Belangrijkste resultaten:
- Schietnauwkeurigheid daalt gemiddeld 14,8% bij hoge druk vergeleken met lage druk.
- Reactietijd en besluitvorming verslechteren ook onder stress.
- Voor elke extra jaar ervaring boven de 10–13 jaar verbetert de nauwkeurigheid met 1,1%.
- Voor beginnende agenten levert training met realistische dreiging een verbetering van 10,6% op—dat is vergelijkbaar met bijna 10 jaar extra werkervaring.
Bij hoge druk maken mensen vaker fouten in hun beslissingen, zoals het verkeerd inschatten van doelen of schieten op onschuldige ‘personen’. Ook reageren ze sneller, maar niet altijd beter, op stressvolle situaties.
Het kijkgedrag verandert ook: deelnemers richten zich meer op mogelijke dreigingsgebieden en besteden minder tijd aan visuele fixaties gericht op schietvaardigheid, vooral bij minder ervaren personen. Ze letten dus meer op mogelijke gevaren in hun omgeving en minder op waar ze precies moeten richten tijdens het schieten, vooral als ze nog weinig ervaring hebben.
“Changes in gaze behaviour evident under high pressure conditions followed a similar trend with participants more likely to
focus on potential threat areas and information with less time spent on marksmanship-specific fixations, particularly amongst less experienced participants”.
Consequenties voor training
“Early exposure to contextually relevant information and pressure, in place of traditional static, range-based marksmanship training, is associated with an increase in the transfer of training by an average of 10.6%”
Context relevante training dus. Dit kun je ook lezen in het proefschrift van Wendy Dorrestijn, zie hieronder.

Daar schrijft ze : “The key components of the reality-based training approach include the following:
- Presenting realistic problems officers are likely to encounter
- Offering practical solutions that apply to real-world policing
- Introducing elements to mimic the stress of actual operations
- Utilizing teaching and methodological strategies that align with the goals of reality-based training
This approach aims to significantly improve how well law-enforcement officers are prepared, ensuring they are ready to handle their duties effectively, responsibly, and with a deep understanding of the challenges they may face”.
Ook het onderstaande artikel geeft veel handvatten voor betere (vuurwapen) training!

Of kijk mijn podcast met IBT opleider Marco van de Hulst. Hierin komt ook vuurwapentraining kort aan de orde.
Modellen
In het artikel wordt de Yerkes-Dodson wet (Yerkes & Dodson, 1908) en de meer recente catastrofe theorie gebruikt. Deze theorieën verklaren de relatie tussen arousal (stressniveau) en prestatie, met name in tactische situaties zoals schietvaardigheid onder druk.
De Yerkes-Dodson wet beschrijft een omgekeerde U-vormige relatie waarbij een matig niveau van arousal leidt tot optimale prestaties, terwijl te weinig of te veel arousal de prestatie juist verlaagt. De catastrofe theorie bouwt hierop voort door te stellen dat bij toenemende stress of druk een plotselinge en scherpe daling in prestatie kan optreden, vooral als cognitieve en fysieke stress samenkomen.
De auteurs gebruiken deze theorieën omdat zij zo het verband kunnen beschrijven tussen toenemende druk of waargenomen dreiging en de daling in schietprestaties, besluitvorming en reactietijd. De theorieën helpen om te begrijpen waarom prestaties significant verminderen zodra de druk een bepaald niveau overschrijdt, wat duidelijk werd in de geanalyseerde gegevens uit diverse studies in het artikel.
Bron
Cooper, D., Fuller, J., Wiggins, M. W., Wills, J. A., Main, L. C., & Doyle, T. (2024). Negative consequences of pressure on marksmanship may be offset by early training exposure to contextually relevant threat training: A systematic review and meta-analysis. Human Factors, 66(1), 294–311. https://doi.org/10.1177/001872082110659