
Twee IBT snacks maakten veel los. Daarom bundel ik ze in deze post. Met commentaar op de blogs van experts die nog meer licht op deze belangrijke onderwerpen laten schijnen. Eerst het onderzoek naar ongewilde schoten en daarna over waarom het moeilijk is om te stoppen met schieten als de (motorische) beslissing genomen is.
Studie 1: Ongewilde schoten

Onderzoek naar ongewilde schoten (IFD = involuntary firearms discharges). De studie richtte zich op drie vragen:
1. Welke definities bestaan er rondom IFD’s?
2. Wat zijn de belangrijkste factoren en mechanismen achter IFD’s?
3. Welke interventies worden in de literatuur aanbevolen om IFD’s te voorkomen?
De onderzoekers voerden systematisch literatuur onderzoek uit. De methode volgde de PRISMA-richtlijnen voor scoping reviews.
Belangrijkste bevindingen
Een van de belangrijkste resultaten van de review is het Gradient Framework for IFD Risk: een model dat beschrijft hoe het risico op een IFD zich opbouwt van algemene predisponerende factoren tot directe motorische controleprocessen, zoals onwillekeurige spiercontracties.
Enkele opvallende inzichten:
· IFD’s gebeuren vaker in laag-risico situaties, zoals bij het schoonmaken of opbergen van een wapen, dan tijdens hoog-stress operaties.
· Factoren zoals vermoeidheid, stress, verminderde aandacht, en startle-responsen vergroten het risico op een ongewilde ontlading.
· Onwillekeurige spieractiviteit kan leiden tot het onbedoeld overhalen van de trekker).
Discussie
Hoewel de beschikbare literatuur beperkt is en experimenteel bewijs grotendeels ontbreekt, biedt het Gradient Framework een bruikbare structuur om risico’s beter te begrijpen en aan te pakken.
De auteurs pleiten voor verder onderzoek naar o.a. inhibitie-vermogen, dat mogelijk een sleutelrol speelt in het onderdrukken van foutieve motorische reacties. Zie ook mijn podcast met politie training onderzoeker dr. Arne Nieuwenhuis hier : https://youtu.be/8i0xsE6p-W8?si=z0MMMybL2ZqGWS2S
Praktische aanbevelingen voor training
De literatuur levert verschillende concrete aanbevelingen op voor trainingspraktijken:
· Scenario-based training in complexe, realistische omgevingen.
· Oefenen met diverse responsen: niet alleen vuren, maar ook leren níét te vuren.
· Cognitieve training en stressinoculatietraining om aandacht en inhibitie te verbeteren.
· Muzzle discipline als schadebeperkende techniek bij een eventuele IFD.
Ook op beleidsniveau worden in de literatuur verschillende maatregelen voorgesteld om predisponerende risico’s te verminderen, waaronder:
· Regelmatige medische keuringen.
· Ontwerpaanpassingen aan wapen die ongewilde schoten bemoeilijken
· Eenvoudige en gestandaardiseerde rapportagesystemen voor beter inzicht in het voorkomen van IFD’s.
Conclusie
Het risico op een ongewild schot is zelden terug te voeren op één enkele oorzaak. Het ontstaat uit een complex samenspel van omstandigheden, fysiologische reacties en motoriek. Het Gradient Framework for IFD Risk biedt een krachtig hulpmiddel om trainingsprogramma’s en beleidsmaatregelen systematisch te ontwerpen — met als uiteindelijk doel: veiliger optreden voor zowel agent als burger.
Illustraties


Karlijn Kooijman Lisanne Kleygrewe L, Kennedy DJ, de Vries R, Raôul Oudejans RRD,Vana Hutter. What triggers involuntary firearms discharges? – A scoping review. Appl Ergon. 2025 Jun 7;129:104566.
Expert commentaren
Dr. William J. Lewinski: Force Science has conducted the most extensive study on this that I am aware of and created the most sophisticated taxonomy. I am grateful for the attention this study brings to the problem. BUT there is one thing we Insist on that is ignored in this report. They are NOT called accidental until a post incident investigation determines it is an accident. There are many reasons why this is. Until the actual reason is determined they are considered UNINTENTIONAL discharge. The language is critical in today’s litigation oriented society. But it is also critical not to use inappropriate language such as accident or negligent until the investigation is completed. Again we are appreciative of the attention provided to this very pervasive but hidden phenomenon.
Again – thank you for the attention to this issue. We have seen too many officers and civilians killed or injured or careers lost because of this phenomenon. We also found significant issues in the weapons used, such as 40 caliber Glocks before Gen 4. Changes occur in the frame under high use that may create discharge when the weapon is bumped or flexed.Remediation by increased trigger pull also may NOT be the answer. In our study we found “percentage wise” more UD’s in double action only, than in striker fired guns.
Karlijn Kooijman : Dr. William J. Lewinski Thank you for your comment. I completely agree that using accurate and appropriate language is essential. One of the aims of our scoping review was to create an overview of the various terms and definitions used in the literature to describe involuntary firearm discharges. We’ve dedicated a section of the results to these distinctions, including the difference between unintentional and accidental discharges.
As this topic is the focus of my PhD research, I will continue to study this phenomenon over the next 2.5 years. I’m always open to hearing any thoughts or insights.
Studie 2: Stoppen met schieten

Een verdachte die een pistool laat vallen en zich omdraait, kan toch nog geraakt worden door schoten die officieel “na het stopteken” zijn afgevuurd. Dit roept vaak beschuldigingen van buitensporig geweld op, maar nieuw onderzoek laat zien dat dit ook veroorzaakt wordt door de natuurlijke beperkingen van de menselijke stop-reactietijd. Dat is de tijd om gestart handelen te onderbreken.
In een recente simulatiestudie waarbij deelnemers (gezonde burgers) moesten stoppen zodra het doelwit rood werd, vuurden zij gemiddeld nog meer dan 2 extra schoten na het stopteken.
Zelfs getrainde agenten uit een eerdere studie hadden een gemiddelde stoptijd van bijna 0,3 seconden — een tijd waarin meerdere schoten kunnen vallen.
Waarom? Omdat ons brein én lichaam tijd nodig hebben om een actie die al gestart is te stoppen.
Waarom stoppen niet direct lukt – drie oorzaken.
Stop-signaalreactietijd (SSRT):
Dit is de tijd die het kost om een al gestarte actie te onderdrukken. Zodra het “start”-proces een bepaald stadium heeft bereikt — vooral onder stress — kan het te laat zijn voor het “stop”-proces om dit nog te onderbreken. Zelfs een duidelijke beslissing om te stoppen met schieten kan resulteren in het afvuren van extra schoten.
Psychologische refractaire periode (PRP):
De hersenen kunnen slechts één stimulus-responskoppeling tegelijk verwerken. Als de beslissing om te vuren nog wordt verwerkt, komt de beslissing om te stoppen in de wachtrij erachter.
Vertraging in motorische uitvoering:
Zelfs nadat de hersenen de beslissing hebben genomen om te stoppen, moet het lichaam het bevel nog uitvoeren — een proces dat 100–300 milliseconden kan duren, afhankelijk van spieractivatie en biomechanische beperkingen.
In echte situaties zijn de signalen om te stoppen veel complexer en minder duidelijk dan een simpele kleurverandering, en bovendien staan agenten onder grote druk.
Deze inzichten zijn belangrijk: ze onderstrepen dat direct stoppen onmogelijk is, wat gevolgen heeft voor training, onderzoek en publieke perceptie. Begrip van deze menselijk limieten helpt bij het eerlijk beoordelen van incidenten.
Lon Bartel, L. D., et al. (2025). Time to Stop: Firearm Simulation Dynamics. Journal of Forensic Biomechanics, 16(1).
Vragen en antwoorden over dit onderwerp op Linkedin
Vraag:
Ik heb hierop toch wel wat vragen/overdenkingen ter verduidelijking.
In hoeverre kunnen we de snelheid van het groen naar rood vergelijken met het omdraaien van een persoon? Dat die persoon voorsprong heeft m.b.t. de cyclus die je benoemd 100%.
Reageren mensen op de verandering aan zich, dus een reactie (schrikeffect) dat het doel rood wordt, of door onvoldoende getraindheid?) M.a.w. zou een vaardig gamer andere resultaten hebben.
Valt het zien tot het verwerken van de gegevens onder SSRT? Want je hebt het over een start moment. Daar zit dit dan toch voor?
Wordt er daarom niet getraind dat je alleen mag vuren als het wapen op je gericht wordt. Dan heb je nl maar 1 ‘stimulis indentificatie’ (ff opgezocht) Dus al het andere is gewoon niet vuren. (ik realiseer me dat er zat situaties zijn, waar dit niet op gaat)
Laatste vraag, de SSRT en de motorische uitvoering zijn te trainen en de PRP dus totaal niet? En zijn eerst benoemde te trainen met bv Vizual Edge computer programma?
Antwoord van Nicole Florisi:
Hi Robert. Hopefully, this answers some of your questions. Not sure if I am getting them all correct with the translate feature.
Can a person turn around 180 degrees in 0.363 seconds? The research indicates that this is indeed the case, and therefore could explain why individuals may have entry wounds running from posterior to anterior.
A startle response could add to the time (0.3 to 1.5 seconds). This was not a startle response event; there was an expectation for change, which they had been informed about beforehand.
Stop Signal Reaction Time (SSRT) is a measure of the time it takes for an individual to inhibit or stop a planned action in response to a signal. It’s commonly assessed using the stop-signal task. In this cognitive test, participants must quickly respond to a “go” stimulus (e.g., pressing a button when seeing an arrow) but withhold their response when a “stop” signal (e.g., a tone or visual cue) appears shortly after. SSRT reflects the efficiency of inhibitory control, a key aspect of executive functioning.
Vraag: Ik denk dat er toch verschil zit in de getraindheid van de persoon. En of een speciale eenheid is of de agent op straat.
Antwoord Nicole Florisi:
The efficacy and quality of training matter. Retention and transfer matter. However, even the most elite training cannot eliminate the fundamental limitations of human performance which this study highlights in the stop time response. Nothing in the human body stops immediately.
That statement oversimplifies the complex reality of human performance under stress, especially in professions like law enforcement, where life-and-death decisions are made in seconds.
While performance can improve with training, not everything is equally trainable. Human beings are not machines. We have physiological limits, cognitive ceilings, and stress thresholds that do not disappear with reps (which we know are not the most effective) or even the most immersive training out there.
Everything can be trained inside the limitations of human performance but not everything can be trained.
As someone who has spent a career in law enforcement and studies the neuroscience and physiology of decision-making under stress, being mentally and spiritually strong absolutely matters; it enhances resilience and recovery, but it does not override the brain’s automatic stress responses. It does not prevent perceptual distortions, memory gaps, or the degradation of fine motor skills during life-threatening encounters with acute stress arousal. You can be physically conditioned and mentally tough, but if your brain perceives an actual threat, if you are cognitively overloaded or emotionally flooded, or operating outside your trained mental model, performance can decline.
Opmerkingen van lezers:
“Ik pas de theorie van de stop-signaalreactietijd (SSRT) regelmatig toe tijdens mijn rijvaardigheidstrainingen. Daarbij gaat het vaak om beslissingen die weggebruikers al in gang hebben gezet. De bron achter deze theorie was mij echter tot nu toe onbekend.”
“Herkenbaar vanuit de golfsport. Je wilt slaan, begint aan je routine en onverwacht zie je iets in je ooghoek, je wilt stoppen, maar dat is kansloos. Resultaat? Verprutste slag.”