Historisch besef van pedagogische ideeën is zo leerzaam!

Het is zo verhelderend om de thema’s en uitdagingen van een eeuw pedagogisch denken (in dit tijdschrift) tot me te nemen. Geeft zoveel inzicht en herkenning in de issues van nu en het lezen van Biesta tot en met Paul Kirschner. Een paar quotes om als onderwijzer van te genieten, ben benieuwd wat jullie uit originele artikel halen!

Het is zo verhelderend om de thema’s en uitdagingen van een eeuw pedagogisch denken (in dit tijdschrift) tot me te nemen. Geeft zoveel inzicht en herkenning in de issues van nu en het lezen van Biesta tot en met Paul Kirschner. Een paar quotes om als onderwijzer van te genieten, ben benieuwd wat jullie uit originele artikel halen!

Spanningen en zuilen

”Toch hing er ‘een schaduw over dit congres’, zoals Kohnstamm het tijdens de sluiting noemde. De Katholieken hadden zich namelijk in een gezamenlijk statement afgemeld. Voor de redactie van PS was zowel het feit dat de Katholieken zich als complete zuil hadden afgemeld, als de reden voor die afmelding teleurstellend: “De illusie dat men tot ‘eenheid der opvattingen’ zou komen heeft het comité niet voorgezeten. Wel deze, dat men ook van zijn tegenstanders kan leeren. De paedagogische conferenties hebben bewezen, dat de Ned. Katholieken niet kunnen, wat de Duitsche zoo goed verstaan: op dit gebied samenwerken met andersdenkenden” (PS 5, 116) ”

Pedagogiek en levensbeschouwing  

”Met name Kohnstamm heeft er gedurende zijn hele carrière op gehamerd dat de relatie tussen pedagogiek en levensbeschouwing erg nauw is, omdat opvoeding en onderwijs uiteindelijk draaien om persoonsvorming en dus altijd een normatieve doelstelling hebben, maar dat deze verbinding niet betekent dat de pedagogische wetenschap verzuild zou moeten zijn. ”

Rol van de staat

” De angst voor onderwijs in dienst van de staat werd nog duidelijker toen in Duitsland de nationaalsocialisten aan de macht kwamen. In 1933 publiceerde Gunning “Gelijkgeschakelde paedaogiek” over de knieval van de Duitse pedagogiek voor het nationaalsocialisme (PS 1933, 239-256). In 1935 herhaalde hij dat de autonomie van de pedagogiek vooral onafhankelijkheid van de politiek moest inhouden, en dat de enige autonome doelstelling van de pedagogiek persoonsvorming kon zijn (PS 1935, 14). ”

Levensbeschouwing OF objectiviteit

”Het blad zou zich van andere en eerdere bladen onderscheiden door zich niet te committeren aan een bepaalde levensbeschouwing en af te zien van ‘onvruchtbare polemiek’, zoals beoefend door meer radicale en romantische vernieuwers. PS zou een platform worden voor “hervorming op wetenschappelijke grondslag”, waarin geen plaats was voor dromerij of radicalisme (PS 1924, 2).  ”

Pedagogiek en wetenschap

”Toen De Groot in 1949 zich in zijn Openbare Les over ‘De psycholoog en de maatschappij’ uitsprak tegen de normatieve pedagogiek, wekte dat zo veel wrevel bij Kohnstamm dat hij erop stond dat de gehele redactie van PS zich uitsprak tegen De Groot. De Groot had beweerd dat de psychologie en de pedagogiek zich fundamenteel anders tot het waardenvraagstuk in de wetenschap verhielden: “De één [de wetenschappelijke psychologie] wil, door alle practijk heen, principieel niet weten hoe de mens is – dat blijft immers object van onderzoek; de ander [de normatieve pedagogiek] daarentegen weet zelfs hoe de mens zijn móet” (PS 1949, 379). ”

”In de vervanging van de persoon van de leraar door een rationeel onderwijsplan sloten het betoog van De Groot en dat van Bijl aan op een andere ontwikkeling: de systematisering van de didaktiek, binnen PS uitgewerkt door Van Gelder. Hij schreef in 1967 dat de romantische notie dat onderwijzen een kunst is en afhankelijk van de ‘persoonlijkheid van de docent’ moest worden vervangen door een technische analyse van onderwijzen. ”

”Net als Kohnstamm stond Langeveld voor de ‘pedagogiek in volle breedte’, waarmee bedoeld werd dat de pedagogiek niet kon worden opgeknipt in losse onderdelen als didaktiek, toetstheorie, sociale pedagogiek en ontwikkelingspsychologie, maar (overeenkomstig de fenomenologische traditie) beschouwd moest worden als een verweven geheel. Het was volgens Langeveld zinloos om na te denken over toetsen zonder een idee te hebben van het doel van onderwijs, en even zinloos om over dat doel na te denken zonder een idee te hebben van wat het eigenlijk betekent kind of opvoeder te zijn (Bos, 2011; Imelman, 2000; Levering, 2015; Meijer, 2000). ”

“Een meer empirische benadering van het onderwijzen stuit af op de verwijzing naar het menselijke karakter van de relatie tussen docent en leerling, waarbij tevens het artistieke, resp. intuïtieve aspect zo centraal gesteld wordt, dat een zakelijke analyse onmogelijk wordt geacht” (PS 1967, 49).

Van Gelder stelde, op basis van Amerikaans onderzoek, “een didactische cyclus” op, bestaande uit een grondige analyse van de beginsituatie, opstellen van heldere leerdoelen, een logische leerstofordening, selectie van de juiste didactische werkvorm, aansluitend op de leertheoretische aspecten. “Tenslotte dient dit didactische proces afgesloten te worden met het bepalen van de onderwijsresultaten” en een objectieve toets (PS 1967, 56). Deze vorm van onderwijsplanning liep uiteindelijk uit in de oprichting van het SLO. ”

”De nadruk op evaluatie en de eis tot evalueerbaarheid van onderwijsdoelstelling riepen een reactie op vanuit de theoretische pedagogiek. Dat was niet verwonderlijk, aangezien degenen die voor strikte evaluatie pleitten daarbij vaak de fenomenologische en geesteswetenschappelijke pedagogiek neerzetten als onwetenschappelijk en subjectief afzetpunt (PS 1978, 89; PS 194, 101). 

Zorgen om de jeugd

 “De maatschappelijk verwilderde jeugd is weggezakt uit de door traditie, sociale gewoonte, moraliteit en geloof geordende wereld. Het eigen ik heeft geen vorm en gestalte meer. Daarom heeft de wereld waarin deze jeugd leeft evenmin gestalte” (Langeveld, 1952;p. 47). De oplossing moest evenwel niet worden gezocht in een herstel van de oude orde, maar in de ontwikkeling van nieuwe verbanden met name op het gebied van jeugdverenigingen én een nationaal onderwijsplan. ”

Persoonlijkheid vorming (nu ook weer hot)

” Langeveld volgde Kohnstamms nadruk op de ontwikkeling van de persoonlijkheid en met name het geweten van het kind, maar ontdeed dit van de religieuze dimensie die bij Kohnstamm nog een grote rol speelde. Het doel van opvoeden was volgens Langeveld het kind te begeleiden naar ‘zelfverantwoordelijke zelfbepaling’ (Langeveld, 1979). ”

Zelfontplooing?  

”Het centrale probleem bij doelstellingen als zelfontplooiing was volgens Duijker dat er geen wetenschappelijk gefundeerde norm voor kon worden opgesteld. Want een norm veronderstelde een antwoord op de buitenwetenschappelijke vraag ‘wat is een goed mens’ (PS 1976, 366). ”

Pedagogiek als natuurwetenschap?

”Het centrale probleem, volgens Langeveld, was dat Brezinka geen onderscheid maakte tussen menswetenschappen en natuurwetenschappen. “Hij kent alleen ‘wetenschappen’  die gaan over a, b, of c, maar die als wetenschappen identiek zijn” (PS 1977, 124). Dit alles had volgens Langeveld tot gevolg dat Brezinka over de doelen van opvoeding niets pedagogisch had te melden: die doelstellingen konden voor empirischanalytische onderwijswetenschappers alleen worden geformuleerd door iets dat buiten de opvoedingswetenschappen zelf staat, een moraalfilosofie of een politieke overtuiging ”

Opkomst Onderwijskunde  

”Het jaar 1970 vormde een omslagpunt in de geschiedenis van PS. In 1969 plaatste de redactie een bericht ‘Aan de lezers’, waarin ze stelde: “Er is bepaald behoefte aan een publicatie-orgaan voor de wetenschappelijke beoefening der onderwijskunde en wij willen ons nadrukkelijker dan tot nog toe op dit terrein gaan begeven. Onder de naam van het blad vindt de lezer thans de woorden ‘Tijdschrift voor Onderwijskunde en Opvoedkunde’” (PS 1969, 603)”

”Daarbij was het uitgangspunt dat deze vernieuwing niet gebaseerd diende te zijn op romantische dromerij of idealistisch radicalisme, maar gestuurd zou moeten worden door objectief onderwijswetenschappelijk onderzoek. Wat natuurlijk direct de vraag oproept in hoeverre en op welke wijze ‘objectieve kennis’ in de opvoed- en onderwijskunde mogelijk is. Hoe onderwijsvernieuwing eruit moet zien, op welke wetenschappelijke gronden ze moet worden vormgegeven en hoe ze uiteindelijk in de praktijk moet worden gebracht zijn dan ook vragen die door de jaren heen uitvoerig binnen PS werden besproken”.

Bron

100 jaar Pedagogische Studiën: een eeuw onderwijswetenschap in dienst van onderwijsvernieuwing. Van Rees 2020.