
Zaterdag 9 januari hebben we het met de deelnemers van de assistent leraar opleiding karate gehad over de essentie van leren en over motorisch leren. Daarbij hebben we het gehad over de rol van het werkgeheugen en het lange termijn geheugen. Ook hebben we aandacht besteedt aan expliciet en impliciet motorisch leren. Met name omdat expliciete instructie met een interne focus nog steeds veel gebruikt wordt zonder ook de vruchten te plukken van impliciete leerinterventies.
Nieuwe mogelijheden
| Traditioneel | Nieuwe mogelijkheden |
| Expliciete instructies | Impliciete instructies |
| Interne focus | Externe Focus |
| Ideaal plaatje | Ideaal plaatje bestaat niet |
| Bewust van ‘hoe’ het moet | Minder ‘bewust’ van hoe het moet |
| Drillen van dezelfde beweging | Variëren met dezelfde beweging |
| Direct resultaat zien | Transfer (van dojo naar straat bv) en retentie (houdbaarheid |
Ideale techniek
Het was Bernstein al die zei dat er geen ideale techniek was en dat zelfs elke herhaling van dezelfde techniek verschillend is. Voeg daar aan toe dat voor hetzelfde doel meerdere bewegingsuitvoeringen mogelijk zijn. Er zijn waarschijnlijk echt wel stabiele kenmerken van technieken maar er is ook veel verschil binnen en tussen individuen. Wat doe je daar als trainer mee en wiens en welk ideaal plaatje wil je drillen bij je leerlingen? Of wil je deze variatie en verschillen juist serieus nemen? Dan kun je gebruik maken van impliciete leermethoden die meer ruimte (kunnen) laten voor variatie in het bereiken van bewegingsdoelen. De deelnemer is aan zet, en wordt gestimuleerd met oplossingen te komen.

Teaching of Telling
Een eerste start is al door af en toe te vragen in plaats van alleen te zenden wat de deelnemer moet doen. Kijk eens naar dit kind in het water: door vragen te stellen betrek je hem en daag je hem uit om met bewegingsoplossingen te komen. Hoe meer inspanning de deelnemer levert, hoe actiever het brein, hoe meer leren er plaatsvind. Hoe kun je dit vertalen naar de karate training of de politie training?

Expliciet en impliciet
Expliciete instructies doen een groot beroep op het werkgeheugen en zijn minder bestand tegen druk (stress en vermoeidheid). Aanwijzingen met een interne focus zijn gericht op het lichaam en de bewegingsuitvoering (bv. hou je pols recht bij het stoten) en verstoren onbewuste processen die juist kenmerkend zijn voor goed bewegen (Brocken et al., 2016). Ook wil je onder stress je niet teveel bewust worden van de bewegingsuitvoering en de bijbehorende regels: teveel op deze manier nadenken kan tot ‘verlamming’ leiden.
Impliciet motorisch leren maakt juist ruimte vrij voor het werkgeheugen (nodig voor andere zaken als waarnemen, tactiek enzovoorts). Impliciet geleerde vaardigheden zijn beter bestand tegen druk (vermoeidheid, stress). Een externe focus aanwijzing is gericht op het effect van de beweging (bv. sla een deuk in de stootzak)
Bij impliciet motorisch leren geef je zo weinig mogelijk expliciete verbale instructies. Je werkt bijvoorbeeld met een externe focus aanwijzing (het effect van de beweging) of met analogieën (gebruik van verbeelding). Ook foutloos leren kan helpen (kritische) denkprocessen te voorkomen. We hebben de volgden vormen van impliciet leren behandeld.
Externe focus : leren door resultaatgerichte aanwijzingen.
Richt je aanwijzingen op het effect van de beweging. In plaats van ‘draai je heup in en strek je arm’ zeg je “raak de witte stip op de pads”. Of je vraagt om zo te stoten dat ze een snapgeluid van hun karate pak horen om explosiviteit uit te lokken. Of je vraagt zo te trappen dat de tegenstander met het trapkussen verplaats of juist voorover valt (door snel terug te trekken).
Hieronder een voorbeeld uit het zwemmen: welke aanwijzing wordt hier gegeven en waarom?

Foutloos leren om succes te garanderen
Hierbij wordt het maken van fouten tot een minimum gecreëerd zodat er geen fouten worden gemaakt en (kritische) denkprocessen worden aangesproken. Men leert door te doen en de analyse blijft weg. In karate kun je foutloos leren toepassen door bijvoorbeeld een groot trapkussen te gebruiken die een deelnemer niet kan missen.
En op de golfbaan: het is beter voor he zelfvertrouwen en het voorkomen van teveel kritische denkprocessen om foutloos leren ook te gebruiken.
In mijn ervaring werkt foutloos leren erg goed als mensen een negatieve ervaring hebben opgedaan (bv niet halen van de schiettoets politie of uitglijder op kata wedstrijden bij karate : breng ze weer terug naar de dingen die wel lukken en bouw weer vertrouwen op.

Leren door voorstellingen en (ver) beelden (“doe als of je…)
Strek je armen en benen uit (als een potlood). Steek je armen uit (als een vliegtuig). Buig je armen en benen (als een kikker die springt). Oftewel leren zwemmen met gebruik van beelden: leren door analogie. En bij het skiën is het ook makkelijker als de aanwijzing bij remmen is: “beweeg je benen als een pizzapunt”. Je spreekt een bij de deelnemer bekend beeld aan waarin tal van instructies verborgen zitten maar die je niet expliciet noemt. De deelnemer hoeft niet te denken en kan de beweging snel uitvoeren.
In de martial arts is een lange traditie van analogie leren, denk aan het gebruik van dieren als metaforen. Er zijn hele systemen gebouwd op de kwaliteiten van dieren: apen, zwaluw en kraanvogel om maar wat te noemen.
In karate kun je vragen om te doen alsof ‘je onder een plafond’ door loopt om de karateka te verleiden op dezelfde hoogte te blijven (idem in schieten bij politie = tenen hakken loop). Beelden kunnen ook gebruik worden om een gewenste emotionele reactie te triggeren: “doe als of dit je enige kans is”.
Tot slot
Leren kan op vele manieren en als docent en trainer is het goed om zicht te hebben op wat allemaal mogelijk is. Wanneer gebruik je expliciete en wanneer impliciete methoden? Wanneer externe focus en wanneer niet? Het is beter om meer gereedschap te hebben dan alleen een hamer. Over & Uit.