
De simulatie was levensecht, de casus hadden deelnemers ingebracht. Toch wilde of kon de deelnemer niet leren. Sputterde tegen, stopte er mee. Als de deelnemer niet WIL of niet KAN leren faalt ook een realistische simulatie met de beste voorbereiding, didactiek en begeleiding.
Er zijn vele redenen waarom een deelnemer niet ‘wil’ leren die kunnen variëren van een slechte dag, een statische mindset (zie groeimindset theorie). Of Ego bescherming of een interpersoonlijke wrijving (overdracht-tegenoverdracht). Het kan ook zijn dat een deelnemer niet ‘kan’ leren, een ‘vaardigheidstekort’ in de psychotherapie genoemd.
Voor leren door een simulatie training heeft de deelnemer verbeelding-en reflectie vermogen nodig. Je moet je in kunnen (en willen) leven in een simulatie en zelfs over verstoringen heen kunnen stappen (suspend disbelief genoemd in literatuur).
Om te leren moet je ook kunnen reflecteren, iets wat we maar aannemen dat iedereen dat kan. Dat is dus niet zo, net zo als het feit dat niet alle simulatie trainers beschikken over de vaardigheid om deelnemers te laten reflecteren.
Vanwege het ‘seriële-positie-effect’ (andere post) eindig ik met: als het niet gaat vraag de deelnemer of en wat hij wil leren of waar de belemmeringen zitten en hoe je kunt helpen.